Er bestaan verschillende kleine begraafplaatsen in Nederland. Een deel daarvan ligt in Noord-Holland, waar in de negentiende eeuw kleine gemeenschappen gezamenlijk een eigen begraafplaats aanlegden. Een voorbeeld daarvan is de begraafplaats van Oostknollendam in de gemeente Wormerland. Bij de aanleg werd een vereniging opgericht die het beheer en de instandhouding moest waarborgen en dat doet de vereniging tot op de dag van vandaag.
Overzicht van de begraafplaats in 2020 met de polder op de achtergrond (foto René ten Dam).
Het dorp
Oostknollendam is een klein dorp of buurtschap dat vandaag de dag onder de gemeente Wormerland valt. Het dorpje heeft altijd onder de Banne van Wormer gevallen en was voor veel zaken aangewezen op Wormer. Tot 1635 was er ook een verbinding met het tweelingdorp Westknollendam via de Noorddam die in het noordelijke deel van de Zaan lag. Die dam heeft ook voor het ontstaan van de dorpjes gezorgd en de naam eraan verbonden. De kerk stond aanvankelijk in Westknollendam en de pastorie in Oostknollendam. Tot aan de Tweede Wereldoorlog waren de beide dorpen via het water meer op elkaar aangewezen dan nu het geval is. Beide dorpjes hadden een eigen school, maar sinds het begin van de negentiende eeuw werd het onderwijs alleen in 'oost' gegeven. Voor het onderlinge verkeer was men aangewezen op een veer.
Het inwonertal van beide dorpjes is nooit groot geweest. In 1543 woonden er niet meer dan achttien personen in beide gehuchten. Daarna was er sprake van een behoorlijke groei, net als elders langs de Zaan. In 1635 woonden er in totaal 220 inwoners en in 1796 was dit aantal waarschijnlijk verdubbeld. Er stonden toen alleen in Oostknollendam al 250 inwoners geregistreerd. Daarna ging het aantal inwoners weer achteruit. In 1845 was het aantal inwoners van Oostknollendam nog maar 180. Maar in de twintigste eeuw nam het aantal inwoners weer behoorlijk toe met een piek na de Tweede Wereldoorlog. In 1989 kende het dorpje 680 inwoners en in 2006 waren het er nog 492.
Prent van Knollendam aan de Zaan, eind achttiende eeuw. Uit Vaderlandsche gezichten 2 delen. Amsterdam H. Gartman 1786 1792 (Noord-Hollands Archief).
Visvangst was een belangrijke bron van inkomsten en in de zeventiende eeuw waren ook een aantal mannen uit het dorp betrokken bij de walvisvaart. Toen dit minder lucratief werd, ging men zich steeds meer op de veeteelt toeleggen. Beide dorpjes hadden naar verluidt halverwege de achttiende eeuw zelfs de grootste veestapel van de Zaanstreek. Later werd ook de handel een belangrijke bron van inkomsten.
Lange tijd werd door beide dorpjes begraven in Westknollendam. Daar stond zoals gezegd de kerk. Rond 1830 hadden kerk en kerkhof een omvang van 240 m2. Toen de kerk in 1862 vervangen werd door een nieuwe kerk in Oostknollendam werden de zerken uit de kerk overgebracht naar de nieuwe kerk. Daar werden ze vervolgens langzaam vervangen door tegels. Of er in 1960, toen de kerk werd afgebroken, nog oude zerken aanwezig waren, is niet bekend. Wel is bekend dat veel oude zerken gebruikt werden langs de Zaan om als versteviging van de walkant te dienen. Tot 1874 heeft men nog in Westknollendam begraven rond de oude kerk. Een jaar eerder had een inspecteur namens Gedeputeerde Staten vastgesteld dat de begraafplaats schadelijk was voor de volksgezondheid, te dicht op de huizen lag en het drinkwater in de omgeving bedierf en een zekere stank voortbracht. In datzelfde jaar opende in Oostknollendam een nieuwe begraafplaats. De gemeente Wormerveer kocht in 1889 het voormalige kerkhof van Westknollendam voor 100 gulden om het daarna te ontruimen.
De begraafplaats
In 1871 startte dominee Hugo Timmers (1834-1895) een inzamelingsactie om te komen tot een nieuwe begraafplaats aan de zijde van Oostknollendam. De actie had succes want de grond werd geschonken door boer Wijbrand Groot Pzn. (1797-1877), die in ruil voor hem en drie familieleden graven wilde hebben. Het stuk grond was 500 m2 groot en moest met zeker een meter grond opgehoogd worden. Rondom werd waarschijnlijk een windsingel aangelegd en op de toegangsdam werd een smeedijzeren hekwerk geplaatst. Het toegangshek bestond uit twee delen tussen gietijzeren pijlers, bekroond door dennenappels. De pijlers werden bovenlangs met elkaar verbonden door een gebogen stuk staafijzer met centraal een gietijzeren schedel met gekruiste beenderen. Een dergelijke toepassing vinden we ook in Urk, Hoofddorp en Nieuw-Vennep, maar telkens in een andere uitvoering. Er diende ook een lijkenhuisje gebouwd te worden. Dat huisje werd, zoals te zien op oude ansichten, achteraan in de as van de begraafplaats gebouwd en was van hout. In 1874 kon de begraafplaats in gebruik worden genomen.
De ligging van de begraafplaats was ten zuiden van het dorp, langs de dijk. Het opgehoogde terrein werd omgeven door sloten. Een centraal pad ontsloot twee grafvelden links en rechts. In 1895 liet de in maart overleden predikant 2.000 gulden na aan de diaconie en 300 gulden voor het onderhoud van de begraafplaats. In 1896 werd de opgerichte vereniging tot beheer en instandhouding van de begraafplaats formeel goedgekeurd. De vereniging ontving jaarlijks een subsidie van de gemeente, lange tijd was dat 25 gulden.
Luchtfoto van rond 1930 met centraal de begraafplaats (Waterlands Archief).
In 1905 werd aan de overzijde van de weg een houten koetshuis gebouwd. Het betreft een eenvoudig gebouw op rechthoekig grondslag dat onder een met zwarte pannen gedekt zadeldak is gebracht. De uit brede rabatdelen samengestelde gevels rusten op bakstenen poeren. Midden in de voorgevel is een grote getoogde dubbele paneeldeur aangebracht. De dakrand aan de voorzijde steekt wat over en hier zijn rechte windveren aangebracht die bekroond worden door een (vernieuwde) makelaar. In de zijgevels die geen ramen bevatten, bevinden zich vooraan ventilatieroosters die aan de binnenzijde met een houten schuif afgesloten kunnen worden. Ook in de achtergevel bevindt zich geen raam. Het interieur bestaat uit één ruimte met een vloer van brede planken en de kapconstructie is zichtbaar. Om de constructie zijn verschillende voorzieningen aangebracht voor het drogen van bij begrafenissen gebruikte lijkkleden of het opbergen van andere gereedschappen. De kosten voor de bouw van het koetshuis bedroegen 433 gulden.
Het koetshuis enkele jaren geleden. Helaas staat er aan de rechterzijde een transformatorhuisje dicht op het koetshuis.
Omdat er in het koetshuis destijds waarschijnlijk te weinig ruimte was voor het opbergen van gereedschappen werden in 1930 twee bergruimten gebouwd. Deze kwamen ter weerszijden van het toegangshek. Het in het notulenboek van de vereniging opgenomen jaarverslag over 1930 vermeldt hierover onder meer het volgende: "in Mei werd door het bestuur eenparig besloten om de Poortingang zoo te verbouwen dat ter weerszijden een bergplaats benut kan worden om dan eventueel de achterbergplaatsen te laten vervallen ..." De nieuwe bergingen werden ontworpen door M. Vries. Het metselwerk werd uitgevoerd door Jb. Stam, het timmerwerk door G. Ouweltjes. Wat ontstond was het beeld van twee forse massieve bakstenen hekpijlers. De pijlers zijn echter hol en aan de binnenzijde voorzien van een kleine deur. De pijlers staan op een betonnen voet en reiken tot wel drie meter hoog. Het metselwerk wordt verlevendigd door enkele terugliggende metsellagen waardoor een geleding van horizontale banden ontstaat. Boven de deuren kraagt het metselwerk uit en daarboven zijn op de vier hoeken betonnen bollen aangebracht die een zware betonnen dekplaat dragen. Van binnen hebben de bergruimten een houten vloer en gecementeerde wanden.
De entree van de begraafplaats in 2019 toen er rechts nog elzen stonden.
Uitbreiding
In 1939 werd de begraafplaats in het kader van de werkverschaffing enigszins vergroot. Gezien het huidige oppervlak is dat slechts met enkele tientallen m2 gedaan. De sloten rondom werden ook uitgebaggerd. In 1941 kwam aan de orde dat de beplanting rondom wat schaars was en gevraagd werd om een meer groenblijvende beplanting. Waarschijnlijk dateert de taxushaag van niet lang daarna.
Tot in de jaren zestig van de twintigste eeuw stond de lijkkoets in het koetshuis gestald, totdat die verkocht werd naar Zuid-Limburg waar de koets als carnavalswagen werd gebruikt. Bij de renovatie van de begraafplaats in 1996 zijn de rabatdelen in versmalde vorm vernieuwd (16 cm in plaats van de oorspronkelijke 20 cm). De begraafplaats zelf werd enigszins (circa 40 cm) opgehoogd waarna de grafstenen op hun oorspronkelijke plaats zijn teruggekeerd. De grafsteen van Wijbrand Groot Pzn. is niet op diens graf teruggelegd, maar direct achter de entree in het pad. Onderaan de zerk staat de volgende tekst: "Door hem werd de grond, waarop/ hij thans rust, afgestaan tot/ algemeene begraafplaats./ 6 Augustus 1874." In de muur van de bergruimte aan de linkerzijde is een gedenksteen geplaatst met daarop het jaartal van de renovatie.De grafzerk van Wijbrand Groot, schenker van de grond, ligt direct achter de ingang.
Rijksmonument
In 2001 werd de begraafplaats met het bijbehorende koetshuis aangewezen als rijksmonument. Een aantal van de karakteristieken in de beschrijving van het monument staan na ruim 25 jaar onder druk. De staande grafmonumenten van hardsteen worden steeds vaker vervangen door moderne stenen van graniet. De windsingel die begin van de eeuw de begraafplaats nog gedeeltelijk omgaf, bestaande uit rechtsvoor twee elzen en achteraan zes populieren met links van de ingang een grote treurwilg, is in het afgelopen decennium gehele verdwenen. Het aanzien is verder veranderd doordat de taxushaag die rondom de begraafplaats staat, altijd boven een met gras begroeid talud stond. Als onderdeel van een grote renovatie werd het talud verstevigd met een houten beschoeiing. Nadien heeft men aan de achterzijde weer vier boompjes geplant en aan de voorzijde zijn een treurwilg en een treures in het talud geplant.
Oudste vereniging
De begraafplaats is nog steeds in handen van de vereniging die circa 185 leden telt. Al die leden hebben recht op een plekje op de begraafplaats. Tot pakweg 1970 werden ook de begrafenissen door “Vereniging tot Beheer en Instandhouding van de Begraafplaats Oostknollendam” geregeld met een eigen aanzegger, doodgraver en dragers. Nadien wordt het begraven overgelaten aan een begrafenisonderneming.
Er zijn momenteel in Nederland ruim 300 particuliere begraafplaatsen. Veel zijn er in handen van een stichting, familie of zelfs bedrijf. Een handvol is nog in handen van een vereniging, waarvan die van Oostknollendam waarschijnlijk tot de oudste behoort.
Literatuur:
- Stenvert, Ronald e.a.; Monumenten in Nederland. Noord-Holland, Zwolle 2006
- Elzenga, Henk; Van weiland tot dodenakker. De geschiedenis van de historische begraafplaats van Oostknollendam, in: Zaans erfgoed, nr. 51, winter 2014.
Internet (alle geraadpleegd januari 2026):
- Westknollendam op Zaanwiki.
- Oostknollendam, Hervormde kerk op Reliwiki




