Terug naar hoofdinhoud

Zoeken

Beroemde Graven


Geschreven: 15 juli 2009
Aangepast: 06 november 2018
Auteur: Pim de Bie
Categorie: Kunst & Cultuur

 

* Amsterdam 14 april 1912 - † Den Helder 11 mei 1982

 

Organist Piet van Egmond achter het orgel van de Stevenskerk in Nijmegen (foto: ANP Historisch Archief)Pieter van Egmond was het vierde van de vijf kinderen van Pieter van Egmond, banketbakker, en Adriana Selle. Toen Piet 6 jaar was leerde Wouter Westerhoud, organist van de Oranjekerk in Amsterdam, hem de eerste beginselen van het orgel- en pianospel. Dat kreeg een vervolg aan de Muziekschool van het Amsterdamse Conservatorium waar Anton H. Tierie zijn docent was. Zijn eerste openbare optreden vond plaats in 1927, op 15-jarige leeftijd. In de Oude Kerk in Amsterdam gaf hij een orgelconcert dat geheel met werken van Bach gevuld was. Dat jaar, 1927, was toch al een gedenkwaardig jaar voor de jonge Van Egmond want naast zijn eerste concert behaalde hij ook zijn ULO-diploma en werd toegelaten tot het Conservatorium. Onder Cornelis de Wolf haalde hij in 1930 cum laude zijn einddiploma orgel. Een jaar later slaagde hij voor zijn solistenexamen orgel en besloot zijn studie in 1932 met het behalen van het einddiploma piano. Hij had inmiddels al faam verworven als organist van de Elthetokerk en de Lutherkapel, beide in Amsterdam, en door zijn orgelspel bij de Morgenwijdingen die door de AVRO-radio werden uitgezonden.
Reeds op jonge leeftijd werd zijn naam gevestigd doordat hij in 1933 werd benoemd tot organist van het Amsterdamse Concertgebouw. Onder Willem Mengelberg, de eerste dirigent van het Concertgebouworkest, speelde hij mee in de jaarlijkse Matthäus-Passion van J.S. Bach. Dat werk maakte grote indruk op hem, vooral door de romantische visie van Mengelberg.
In 1936 trouwde Van Egmond met Ina Funke (1913-1987) ook bekend als Inge Roos. Het huwelijk bleef kinderloos.
Van alleen de inkomsten van het Concertgebouworkest kon Van Egmond niet bestaan. Hij vervulde daarom nog een aantal nevenfuncties zoals organist van de Kloveniersburgwalkerk (1937) en van het City-theater (1941). De kerkeraad kon deze combinatie niet waarderen wat er uiteindelijk in resulteerde dat hij de Kloveniersburgwalkerk moest verlaten en in de Willem de Zwijgerkerk en bij de Bachzaal-gemeente ging spelen.

Gedurende de Duitse bezetting speelde Van Egmond niet alleen orgel, maar ook een twijfelachtige rol door, zoals de meeste leden van het Concertgebouworkest, lid te worden van de Nederlansche Kultuurkamer. Hij trad op ten behoeve van de Winterhulp en de Nederlansche Volksdienst voor welke organisatie hij de Volksdienstmars componeerde en ten gehore bracht. Na de oorlog werd hij hierop afgerekend. Op 6 september 1945, bij de zuivering van kunstenaars, werd hem door de Eereraad voor de Muziek een 3-jarig dirigeerverbod opgelegd. Zijn beroep resulteerde er in dat de straf werd bekort tot 5 mei 1947. Hij mocht wel als organist blijven optreden, sacrale muziek viel buiten de Kultuurkamer.
Van 1948 tot 1966 verzorgde Van Egmond wekelijks een "populaire orgelbespeling" voor de NCRV-radio. Populair duidt er al op dat hij niet alleen oorspronkelijke orgelliteratuur speelde, maar ook populaire bewerkingen. Van 1957 tot 1963 bespeelde hij regelmatig het grote BBC-orgel in de Jubilee Chapel in Londen; van hieruit gingen 68 uitzendingen de ether in. Ook bespeelde hij de orgels van de Dom te Keulen en van de Saint Sulpice in Parijs. Zijn populariteit groeide verder uit door de vele orgelconcerten die hij in het hele land gaf. Zijn karakteristieke kop met het half lange, blonde, golvende haar verscheen regelmatig in de tijdschriften van de omroepverenigingen. Hij hechtte zeer aan zijn uiterlijk, epileerde zijn wenkbrauwen, verzorgde zijn handen met grote toewijding en voorzag zijn vingernagels van blanke lak.
Vast onderdeel van zijn concerten en kerkdiensten waren zijn improvisaties op bekende geestelijke liederen. Hij schroomde niet bij een gezang als "Ruwe stormen mogen woeden" de storm en de noodklokken uitbundig te interpreteren. De concertbezoekers vonden het prachtig, zijn vakgenoten konden zijn techniek wel waarderen, maar verafschuwden zijn populariserende speelwijze.
Van Egmond was ook nog dirigent. Met het door hem in 1933 opgericht Amsterdams Oratoriumkoor voerde hij tientallen keren de Matthäus-Passion uit. Hij dirigeerde het AVRO-Morgenwijdingskoor, de Koninklijke Mannenzangvereniging Apollo en richtte in 1950 een klein vocaal ensemble op waarvan zijn echtgenote Inge Roos deel uitmaakte.
vegmond1In latere jaren verwisselde van Egmond vele malen van kerkgenootschap waarvoor hij het orgel bespeelde. De gereformeerde Wilhelminakerk in Haarlem, de Grote Kerk in Apeldoorn, de Stichting Alle Dag kerk en de Oude Lutherse Kerk, beide in Amsterdam. Hij heeft vele opnamen gemaakt, de laatste bij zijn 50-jarig organistenjubileum in 1977. Van Egmond heeft veel bijgedragen aan de popularisering van het orgel en de orgelmuziek. Hij deed niet mee aan stijlstromingen, "muziek moet van binnenuit komen… dan speel ik, ik zou bijna zeggen, zoals God het me ingeeft". Voor hem bvegmond2estonden maar twee soorten muziek, goede en slechte, "en de goede moet je spelen".

Na een moeilijke levensavond overleed hij in het Helderse verpleeghuis Den Koogh aan de gevolgen van de ziekte van Alzheimer. Hij werd op 14 mei 1982 begraven op de begraafplaats Westerveld in Driehuis, gemeente Velsen (graf QQ 81a) waar zijn vrouw Ina in 1987 werd bijgezet. Zijn epitaaf luidt: "Looft hem met snarenspel en orgel" uit Ps. 150 : 4 (2007)

 

Literatuur

  • Gerco A. Schaap - Piet van Egmond. Een leven voor muziek (2003)
  • W. Slagter - Egmond, Pieter van (1912-1982) - Biografisch Woordenboek van Nederland, deel 5 (2002, gew. 2007)

Grafcoördinaten

  • N 52.26.779 E 4.37.716

 

 


Geschreven: 15 juli 2009
Aangepast: 26 maart 2018
Auteur: Marten Mulder
Categorie: Kunst & Cultuur

 

* Assen 1873 – † Antwerpen 18 januari 1951

 

roessingh1Het korte verblijf van de schilder Van Gogh in Drenthe en de restauratie van het pand waar hij enige maanden verbleef, zou je bijna doen vergeten dat Drenthe zelf ook een aantal schilders heeft voortgebracht. We zouden ze vertolkers van d' Olde Lantschap, Drenthe, kunnen noemen. Een voorbeeld daarvan is Louis Albert Roessingh, in 1873 geboren te Assen als zoon van mr. Izaac Roessingh, president van de arrondissementsrechtbank.
Na de middelbare school vertrok Albert naar Antwerpen om daar lessen te volgen aan de Academie der Schone Kunsten. Hoe turbulent zijn studietijd ook was, Roessingh bleek te beschikken over discipline waar het zijn werk betrof. Daarbij treft ons in hem zijn belezenheid en zijn filosofische aanleg. Het is daarom niet verwonderlijk, dat van zijn hand ook literatuur is verschenen: zijn Drentse gedichten en het postuum uitgegeven werk: Stad der paleizen, herinneringen aan het Assen van zijn jeugd.
Succes kan hem niet worden ontzegd, maar om van inkomsten verzekerd te zijn, was hij wel genoodzaakt gedeelten van de huizen waarin hij woonde te verhuren. Zijn hart bleef trekken naar het Drentse land en we zien dan ook, dat het Drentse landschap vaak onderwerp van zijn werken is geweest.
In 1911 liet hij bovendien een eenvoudige woning, de Zandhoeve, bouwen in het Drentse Elp. Een woning, die later zou uitgroeien tot een soort kasteeltje. Roessingh heeft er noodgedwongen de Eerste Wereldoorlog moeten doorbrengen.
Contacten met andere schilders had hij door zijn lidmaatschap in 1918 en 1919 van De Ploeg. In Amsterdam was hij lid van de kunstenaarsvereniging St. Lucas. Onder de leden van de kunstenaarsvereniging De Drentsche Schilders, die in 1946 werd opgericht, treffen we hem echter niet aan. Waarschijnlijk vanwege zijn leeftijd, onbekendheid met de meeste schilders en het feit, dat zijn zakelijk leven zich in Antwerpen afspeelde.
Op 18 januari 1951 overleed hij daar, begraven echter werd hij op de begraafplaats van Westerbork. (2002)

 

Literatuur

  • Stad der Paleizen, jeugdherinneringen van L.A.Roessingh, L.A. Roessingh; Assen (1951)
  • Beeldende kunst in Drenthe in het interbellum, M. van der Wal en J.J.Heij in: Maandblad Drenthe, jaargang 60, nr 10 december 1988
  • Drentse biografieën III, W.R. Foorthuis e.a.; (1993)

 

 


Geschreven: 15 juli 2009
Aangepast: 11 januari 2025
Auteur: Leon Bok
Categorie: Politiek

* Vlissingen 23 augustus 1786 - † 's-Gravenhage 18 januari 1853

 

Waar iemand begraven wordt, kan van vele factoren afhangen. De meest doorslaggevende reden voor de locatie is meestal de plaats van overlijden, versterkt door het gegeven dat die plaats ook vaak de woonplaats van de overledene is. Zo zal het ook gegaan zijn met Hendrik Jacob van Doorn, een telg van de familie Van Doorn die in de eerste helft van de negentiende eeuw grote bekendheid genoot als conservatief staatsman en vertrouweling van de koningen Willem I, Willem II en Willem III.


Geschreven: 15 juli 2009
Aangepast: 10 maart 2024
Auteur: Leon Bok
Categorie: Kunst & Cultuur

 * Amsterdam 6 juli 1884 – † Hilversum 6 april 1974

De naam Dudok is haast een begrip geworden in Nederland. De architect Willem Marinus Dudok heeft een oeuvre nagelaten dat ook buiten Nederland veel bekendheid geniet. Tussen de vele ontwerpen bevinden er zich ook een aantal voor begraafplaatsen.