Terug naar hoofdinhoud

Zoeken

Maren-Kessel – De begraafplaatsen

28 december 2025

Vandaag de dag bestaat in de gemeente Oss het dorp Maren-Kessel. Minder bekend is dat dit tot even na de Tweede Wereldoorlog feitelijk twee aparte dorpen waren, met elk een eigen kerkhof. De oorsprong van beide dorpen is gelegen in de aanwezigheid van oude langgerekte oeverwallen langs de Maas. De bebouwing die hier ontstond had een kenmerkende lintvorm met op een geschikte locatie een kerk. De in de veertiende eeuw aangelegde dijk vormde voor beide dorpen een belangrijke verbinding. Maren in het westen en Kessel in het oosten maakten beide vanaf de middeleeuwen een ontwikkeling door die typisch is voor dergelijke dorpen, maar de dorpen kenden ook al vroeg een eigen kerkhof.

Header MarenEen blik over de haag bij het oude kerkhof van Maren.

Maren

Het dorp Maren vind zijn oorsprong in de tiende eeuw en bestond op den duur uit een strook bebouwing langs de Maasdijk en aan de kenmerkende Achterstraat parallel aan de dijk. Aan de eerste werden vooral huizen gebouwd voor hen die geen directe bemoeienis hadden met het land, terwijl de boerderijen, afhankelijk van het land, aan de Achterstraat werden gebouwd. Maren kende nog een straat achter de Achterstraat en dat was de Molenstraat, genoemd naar een al vóór 1250 gebouwde korenmolen. Een aantal dwarsstraten verbond de straten.

De kerk van Maren werd gebouwd op een natuurlijke verhoging langs de Achterstraat waar  een kruising naar de Molenstraat en de dijk voerde. In de twaalfde eeuw werd in Maren een kleine kapel gebouwd. Mogelijk was er een oudere voorganger uit hout, maar daarvan zijn nimmer sporen gevonden. De kapel werd in de vijftiende eeuw verhoogd en in de zestiende eeuw werd de sacristie aangebouwd. In 1648 moest de kerk overgedragen worden aan de protestanten, maar het kerkhof werd waarschijnlijk gewoon gebruikt door protestanten en katholieken. Samen met Kessel werd daarna door de katholieken gebruik gemaakt van een schuurkerk. Toen ze de kerk terugkregen werd in 1820 de kerk verlengd naar het westen. Begin negentiende eeuw stond het kerkje tussen twee delen van het kerkhof, het ene lag ervoor, 1.920 m2 groot en het andere lag erachter, 1.440 m2 groot. Het kerkje zelf was niet veel groter dan 100 m2. De kerk had geen toren, maar op het dak stond een klokkentoren.

Kadastrale kaart van Maren rond 1830 met centraal de kerk en daarvoor het kerkhof (Beeldbank RCE).Kadastrale kaart van Maren rond 1830 met centraal de kerk en daarvoor het kerkhof (Beeldbank RCE).

In 1890 werd iets meer naar het oosten een nieuwe pastorie gebouwd en in 1905 volgde een nieuwe kerk. Die nam meer ruimte in beslag en alleen het kerkhof aan de westzijde werd toen nog gebruikt. Van eventuele begravingen in de kerk zijn geen sporen overgebleven. De ingang van het kerkhof lag recht tegenover de ingang van de kerk. Een eenvoudig lijkenhuisje stond langs de westzijde van het kerkhof. Een hoge haag omgaf het geheel.

In oktober 1944 werd bij beschietingen de torenspits van Maren geraakt en raakte de rest van de kerk zwaar beschadigd. In de maanden daarna lag Maren nog in bezet gebied, terwijl Lith al in september bevrijd was. Maandenlang lag het gebied onder vuur. De bevolking werd in oktober 1944 geëvacueerd, maar op het kerkhof werd desondanks nog gewoon begraven. Op 30 december 1944 werd Daniel Toonen hier begraven.

Na de bevrijding werd de keuze gemaakt de kerkelijke gemeenten van Maren en Kessel, samen te voegen. Beide kerken waren zwaar beschadigd geraakt tijdens laatste maanden van de oorlog.

Nadat in 1942 de Beerse Maas definitief gesloten was na de Maasverbetering had men een grootschalige ruilverkaveling ingezet in de lage gronden ten zuiden van de dorpen. Dit bood ook de kans om in de lager gelegen polder een nieuw dorp op te bouwen. De kerk van Maren werd enigszins hersteld en deed na de oorlog nog enkele jaren dienst alvorens ze na 1952 gesloopt werd. Het kerkhof werd nog sporadisch gebruikt na de Tweede Wereldoorlog, maar ook werd een aantal grafmonumenten overgebracht naar een nieuw aangelegde begraafplaats. In 1985 werd Lambert Buunen (1927-1985) als laatste begraven op het oude kerkhof van Maren.

Kerk en kerkhof tijdens de overstroming in 1926 (foto Nationaal Archief).Kerk en kerkhof tijdens de overstroming in 1926. In het midden is het lijkenhuisje zichtbaar (foto Nationaal Archief).

Het kerkhof bestaat tot op de dag van vandaag. Het is goed te zien dat het kerkhof ooit afgescheiden werd van de kerk door een beukenhaag. Deze is weliswaar doorgeschoten, maar nog goed herkenbaar. Tussen de oude haag staat het toegangshek, bestaande uit twee zware bakstenen pijlers. Deze zijn vermoedelijk ook in 1905 opgetrokken, gelijk met de bouw van de kerk. Tussen de pijlers is een laag smeedijzeren hekje aangebracht, maar vermoedelijk zat hier een ander hek, mogelijk het hekwerk dat zich nu bij de begraafplaats van Maren-Kessel bevindt. Verder staat rond de kleine begraafplaats een goed onderhouden beukenhaag en op de begraafplaats verschillende bomen. Het is ook duidelijk dat er veel grafmonumenten verdwenen zijn. Van sommige is alleen de bakstenen fundatie achtergelaten.

Hoe oud het kerkhof ook mag zijn, de resterende grafmonumenten zijn vooral van laat negentiende-eeuws en vroeg twintigste-eeuwse oorsprong. Dat betekent dat er nog een aantal hoge kruisen staan op een basement, met name van hardsteen. Er zijn echter ook nog een aantal grafmonumenten te vinden van de periode voor de Tweede Wereldoorlog, herkenbaar aan de overgangsstijl. Deze monumenten zijn lager en het kruis is niet meer prominent aanwezig. Er ligt ook nog een grafmonument voor een oorlogsdode, Martinus A.M. Vissers. Hij werd geboren in 1914 en had een boerderij in Maren. Na werk op het land ging hij op 21 september 1944 naar huis, waar hij het dak van de hooiopper omhoog draaide. Dit werd door de Duitsers waargenomen waarop granaatvuur werd uitgebracht op de boerderij. Daarbij kwam Vissers om het leven.

In 2000 werd een grafmonument op het kerkhof aangewezen als rijksmonument. Dat betreft een neogotisch vormgegeven monument met een spitsboognis bovenop. In de nis is een beeld opgenomen van de heilige Franciscus. Op het basement boven de sokkel is een tekstplaat opgenomen voor Francisca Vermeulen (1860-1915). Hoogstwaarschijnlijk is het monument hergebruikt want de uitvoering past niet echt bij de vroege twintigste eeuw.Het grafmonument voor Francisca Vermeulen werd in 2000 aangewezen als rijksmonument.Het grafmonument voor Francisca Vermeulen werd in 2000 aangewezen als rijksmonument.

Langs de straat is in 2010 een nieuwe entree gecreëerd met stalling voor fietsen en een bankje. Vanaf deze plek kan men zo het kerkhof oplopen.

Kessel

De geschiedenis van het huidige Kessel is min of meer op dezelfde wijze begonnen als in Maren. Ook Kessel kende een weg over de dijk, een Achterstraat en een kerkpad waar zo’n beetje het centrum van het dorp was. Hier stond, op enige afstand van de dijk, de kerk midden op een fors kerkhof. Tegen de voorzijde werd in 1767 een raadhuis gebouwd, maar bij de nieuwbouw van de kerk in 1837 is dat verdwenen. Overigens was Kessel in 1819 al bij Alem en Maren gevoegd. De geschiedenis van de kerk start iets later dan die in Maren omdat de beide dorpen eerst in Maren kerkten. Toen Kessel een heerlijkheid werd, kreeg het zijn eigen kerk. De middeleeuwse kerk werd in 1820 teruggeven aan de katholieken, maar de kerk verkeerde in slechte staat. Ze was klein en had een oppervlak van 120 m2. Het kerkhof had rond 1830 een omvang van 1630 m2 en lag grotendeels ten westen van de kerk. Ten noorden van de kerk lag de dorpsschool en de pastorie lag zuidelijk van het kerkhof.Situatie rondom het kerkhof van Kessel volgens de kadastrale kaart van ± 1830 (Beeldbank RCE).Situatie rondom het kerkhof van Kessel volgens de kadastrale kaart van ± 1830 (Beeldbank RCE).

In 1843 kon een nieuwe kerk geconsacreerd worden. Deze zogenaamde Waterstaatskerk was groter dan de voorganger en bezat een klein torentje aan de westzijde. Toen in 1873 een nieuwe pastorie werd gebouwd, kwam die aan de zuidzijde van het kerkhof. Dat wijst er op dat het kerkhof zoals dat bestond rond 1830 toen niet meer gebruikt werd. Waarschijnlijk was men een gedeelte aan de oostzijde gaan gebruik dat voorheen gebruikt werd als tuin. Dit gedeelte was destijds 440 m2 groot, zoals ook beschreven staat in de inventaris van de parochie uit 1923. Tot die inventaris behoorde ook een tweetal lijkbaren, een grote en een kleine en twee baarkleden, ook weer een grote in het zwart en een kleine in het wit. Bij de lijkbaren hoorden nog twee houten kaarsdragers. Op het kerkhof stond verder een missiekruis, maar een beschrijving van het kerkhof is er helaas niet. Toen in 1925 een nieuwe kerk werd gebouwd, bleef het kerkhof op zijn plaats, oostelijk van de kerk. Er werd door iemand in Kessel wel geklaagd dat heipalen dwars door grafkisten werden geslagen en dat er graven geruimd werden op die plek. Dat laatste zou alleen toegestaan zijn wanneer het gedeelte al minstens tien jaar gesloten zou zijn, aldus de Geneeskundig Inspecteur van de Volksgezondheid. De bouw is gewoon doorgegaan, vermoedelijk omdat het deel waarop de werkzaamheden plaatsvonden, inderdaad al heel lang niet gebruikt was.

De nieuwe kerk was een ontwerp van architect Caspar Franssen die dit keer geen neogotische kerk bouwde, zoals hij in Lith en Lithoijen had gedaan, maar een meer moderne variant in expressionistische trant. In Herpt staat een nagenoeg zelfde kerk, maar net een slag groter. Van het begraven in de middeleeuwse kerk wordt in Genealogische en Heraldische gedenkwaardigheden in 1924 nog geschreven dat er een brokstuk van een zerk gevonden is bij een boer onder een hek.[1] Die zal mogelijk bij de bouw van de Waterstaatskerk verkocht zijn.

Het kerkhof werd omgeven door een lage bakstenen schansmuur, afgedekt met een ezelsrug. De muur verspringt op bepaalde punten om het hoogteverschil op te vangen. Aan de zijde van het kerkpad lag de ingang en hier was de muur uitgewerkt met een lage muur met daarop pijlers waartussen een ijzeren hekwerk was bevestigd. Vermoedelijk is dit deel gebouwd na de aanleg van de laatste kerk.

Het kerkhof van Kessel in 1989 (fotograaf Wies van Leeuwen voor Monumenten Inventarisatie Project Noord-Brabant).Het kerkhof van Kessel in 1989 (fotograaf Wies van Leeuwen voor Monumenten Inventarisatie Project Noord-Brabant, Beeldbank BHIC).

Nadat op 29 oktober 1944 de kerk van Kessel door de Duitsers was opgeblazen, is het kerkhof waarschijnlijk niet meer gebruikt. Vandaag de dag is het perceel 520 m2 groot, dus is het mogelijk nog een keer uitgebreid, aangezien de muur geheel rond het kerkhof loopt. Op het kerkhof staan of liggen nog tal van grafmonumenten, maar door slecht onderhoud en overwoekering is van de teksten weinig te lezen. Interessant is het grafkruis op basement voor trooper Charles Henderson van de 11th Hussars, Royal Armoured Corps. Naar verluidt werd hij op 20 oktober 1944 dodelijk getroffen door een sluipschutter, toen hij in zijn voertuig de Waalbrug bij Nijmegen wilde oversteken. Hoe het kan dat hij begraven werd in Kessel is niet duidelijk. Wel werd op zijn graf een kruis werd geplaatst dat er nog staat. Omdat de Common Wealth War Graves Commission het onderhoud van het graf niet goed vond, is in 1954 besloten de stoffelijke resten over te brengen naar de oorlogsbegraafplaats Jonkerbos in Nijmegen. De opgraving vond plaats op 14 oktober 1954.Het grafmonument voor trooper Henderson dat achtergebleven is op het kerkhof van Kessel.Het grafmonument voor trooper Henderson dat achtergebleven is op het kerkhof van Kessel.

Overgroeid is ook het monument voor Maria Wilhelmina van Eekeren en haar man, landbouwer Joannes Koopmans, tevens burgemeester van Alem, Maren en Kessel van 1908 tot 1917. Het grafmonument is een van de grotere op het kerkhof. Er ligt ook een zerk op roef voor pastoor Arnoldus Henricus Kluijtmans (1820-1879), herkenbaar aan de priesterkelk. Kluijtmans was pastoor van Kessel tussen 1866 en 1879. Ook Maren had niet lang daarna een pastoor die Kluijtmans heette.

Een nauwelijks opvallend monumentje is er voor twee oorlogsdoden. Het gaat om de 3-jarige Henk van de Hoogen en zijn broer Cor van de Hoogen. Hij was 8 jaar en beiden kwamen om op 22 december 1944. De jongens waren zoons van bakker Peter van den Hoogen.

Het kerkhof is vandaag de dag sterk verwaarloosd. De muur aan de voorzijde is in slechte staat en sterk overwoekerd. Ook op het kerkhof zelf zijn veel grafmonumenten nauwelijks meer zichtbaar. Er wordt wel gemaaid, maar het groen dat oprukt over de grafmonumenten wordt niet onderhouden. Een aantal grafmonumenten is omgevallen of wordt ondersteund door een stuk hout.

Maren-Kessel

Na het beëindigen van de oorlog werd een commissie opgericht onder de naam “Dorp in de Polder”. Deze commissie moest de wederopbouw van Alem, Maren en Kessel gaan plannen. Alem zou in eerste instantie helemaal niet herbouwd worden, maar dat plan ging niet door. Anders liep het met Maren en Kessel. Omdat het bisdom de parochies van Maren en Kessel ook wilde samenvoegen, was het plan gerezen in de polder een geheel nieuw dorp te bouwen, uiteraard met een eigen kerk. Die kerk met dorpsplein werd langs de Molenstraat gepland op een locatie tussen Maren en Kessel in, maar wel aan de polderzijde. De Molenstraat werd rechtgetrokken en verbreed en werd de Provinciale weg. De in de oorlog gestarte ruilverkaveling werd nu afgemaakt, waarbij grond werd geruild en onteigend. Sommige bewoners hadden hun woning in de dorpen hersteld, maar nieuwbouw op de dijk of buitendijks werd door het waterschap verboden.

De nieuwe begraafplaats werd op door de gemeente gekochte grond gepland en tegen ‘inbrengwaarde’ aan de kerk uitgegeven. De kosten van aanleg waren voor de kerk zelf. Die pakte door want in 1950 kon de eerste begrafenis al plaatsvinden. Waarschijnlijk werd het calvariekruis van een van de oude kerkhoven gehaald en ook het hekwerk van Maren werd hergebruikt. Bij de ingang werd aansluitend op het toegangshek een smeedijzeren hekwerk geplaatst. Verder kwam er rondom een hoge haag. Een hoofdpad voert naar de calvarie waarvoor een klein plein voor afscheid van de overledene. Vanaf de achterzijde is vervolgens naar voren begraven met alle graven aan paden en tussen de rijen hagen. Later zijn langs een van de randen urnengraven geplaatst en nog in deze eeuw is een klein berghok gebouwd.

Een aantal van de overgebrachte grafmonumenten staan nu nog op de begraafplaats in Maren-Kessel.Een aantal van de overgebrachte grafmonumenten staan nu nog op de begraafplaats in Maren-Kessel.

Tal van oude graven werden van de kerkhoven overgebracht en ook enkele oude grafmonumenten werden overgeplaatst, al dan niet met de stoffelijke resten. Een aantal daarvan ligt links en rechts van het calvariekruis, maar in de hoek rechts achterin staan ook een aantal oude grafmonumenten. Daartussen bevindt zich een typisch katholiek monument voor landbouwer Nicolaas Francis Pompen (1851-1923) en zijn vrouw Antonia van Maren (1855-1937). Pompen was geboren in Alem en Van Maren in Lith. Van 1917 tot 1923 was Pompen ook burgemeester van de gemeente Alem, Maren en Kessel. Zijn vader was van 1833 tot 1875 burgemeester geweest en een oom van 1900 tot 1908. Maar liefst vijf zoons van het echtpaar werden tot priester gewijd.Het huidige beeld van de begraafplaats van Maren Kessel wordt grotendeels bepaald door de vele hagen en de sterk zichtbare bebouwing rondom.Het huidige beeld van de begraafplaats van Maren Kessel wordt grotendeels bepaald door de vele hagen en de sterk zichtbare bebouwing rondom.

De oude kerkhoven werden met ingang van 19 april 1953 niet meer gebruikt, aldus een schrijven van het kerkbestuur. De nieuwe begraafplaats had een oppervlak van iets meer dan 5.000 m2 met enkele meters ruimte rondom, waardoor zo’n 3.700 m2 effectief gebruikt werd voor het begraven. Eerst lag er nog een sloot rondom, maar naarmate rondom de begraafplaats meer gebouwd werd, kwam de begraafplaats meer in de wijk te liggen en werden de sloten gedempt.

De kerk van Maren werd in januari 1952 ingezegend. In de jaren vijftig en zestig werden steeds meer woningen gebouwd en langzaam breidde het dorp zich uit. Terwijl de begraafplaats nog steeds in gebruik is, is de Lambertuskerk op 9 november 2024 aan de eredienst onttrokken.

 

Bronnen:

  • Brabants Historisch Informatie Centrum:
    • Toegang 2041, Inv.nr. 122, Inventaris van onroerende en roerende goederen toebehorende aan de parochiale kerk, met inliggende supplementen, 1933 (-1943).
    • Toegang 7314, Inv.nr. 623, Bescheiden inzake de begraving van gesneuvelde militairen uit de Tweede Wereldoorlog, 1947-1954
    • Toegang 7314, Inv.nr. 624, bescheiden inzake begraafplaatsen in de gemeente, 1925, 1953-1957.
    • Toegang 7314, Inv.nr. 633, Kaarten behorende bij het besluit van het college van commissarissen voor de wederopbouw d.d. 14 januari 1950, nr. 4779, tot vaststelling van de wederopbouwplannen Maren-Kessel en 't Wild, 1950
    • Toegang 7314, Inv.nr. 998, Stukken waaronder raadsbesluit met toelichting betreffende de onteigening en het wederopbouwplan van Maren-Kessel en 't Wild, 1949-1957

Literatuur:

  • Bloys van Treslong Prins, P.C.; Genealogische en Heraldische gedenkwaardigheden in en uit de kerken der provincie Noord-Brabant, deel II, Utrecht 1924.
  • Cultuurhistorische inventarisatie Noord-Brabant. Monumenten Inventarisatie Project, gemeente Lith, ’s-Hertogenbosch 1990
  • Heemkundekring Maasdorpen in de voormalige gemeente Lith; 3 historische wandelingen. Ontdek ’t Wild, Maren, Kessel. Tweede druk 2024
  • Ulijn, G.H.J.; Maren en Oijen in oude ansichten, Zaltbommel 1972

Internet (alle geraadpleegd december 2025):

 

[1] Bloys van Treslong Prins, P.C.; Genealogische en Heraldische gedenkwaardigheden in en uit de kerken der provincie Noord-Brabant, deel II, Utrecht 1924 (blz. 38)

 

Aangepast: 28 december 2025