Terug naar hoofdinhoud

Zoeken

Heemstede - Een unieke restauratie van grafkisten

12 maart 2026

Na restauratiewerkzaamheden in de grafkelder van Adriaan Pauw, die zich bevindt in de Oude Kerk aan het Wilhelminaplein in het oudste gedeelte van Heemstede, werd Immink Restauratie gevraagd eens te komen kijken naar de overblijfselen van drie kisten in de statige grafkapel van de familie Van Vollenhoven. Die kapel staat op de gemeentelijke begraafplaats aan de Herfstlaan in Heemstede. Wat werd aangetroen was een prachtige kapel met een kelder waarin het klimaat voor een lange tijd vrij spel heeft gehad. De muren hadden last van optrekkend vocht; zoutuitbloei duwde de tegels letterlijk van de muren. Lekkage door het plafond was zichtbaar. In de jaren 90 van de vorige eeuw is tijdens een restauratie het voegwerk gerestaureerd met cementstuc, hetgeen de staat van de kapel niet heeft bevorderd. We troen drie kisten aan: die van Maurits van Vollenhoven, gestorven in 1885; de kist van zijn vrouw jonkvrouw Maria van de Poll, die 43 jaar later stierf in 1928; en de kist van de vader van Maurits, Willem van Vollenhoven, gestorven in 1874, elf jaar eerder dan Maurits zelf.

De drie kisten na restauratie terug in de klimaat gecontroleerde kelder van de grafkapel.De drie kisten na restauratie terug in de klimaat gecontroleerde kelder van de grafkapel.

De personen achter de kisten

De kapel is in opdracht van Maurits gebouwd en kwam gereed vlak voor zijn overlijden in 1885. Maurits leed aan tuberculose en stierf veel te jong op 24-jarige leeftijd. Hij was net getrouwd en had een pasgeboren kind. Voor hij stierf had hij bedacht dat zijn vader, die 11 jaar eerder begraven was op de oude Oosterbegraafplaats in Amsterdam, opgegraven moest worden en bijgezet in de kapel. Deze archiefontdekking van Marc de Bruijn zal de huidige staat van de kist van vader Willem verklaren. Maar hierover meer verderop in het artikel.

Maurits, geboren in 1860, was als enige zoon voorbestemd de leiding over te nemen van het familiebedrijf Brouwerij De Gekroonde Valk. In die tijd de grootste brouwerij van Nederland. Maar Maurits leed aan tuberculose en het was al snel duidelijk dat hij niet oud zou worden. Hij trouwde op 19-jarige leeftijd met jonkvrouw Maria van de Poll en in 1882 kregen ze een zoon. Maurits kocht in het geboortejaar van zijn zoon een stuk grond op de Algemene Begraafplaats in Heemstede. Hierop werd in 1883 een grafkapel gebouwd, naar ontwerp van de uit Arnhem afkomstige architect V.G.A. Bosch (1854-1911). De kapel zal in 1884 gereed zijn gekomen. Maurits overleed in mei 1885 en werd in de kelder van de kapel bijgezet in een eikenhouten kist met zinken binnenkist. Na Maurits zijn er nog twee familieleden bijgezet, te weten zijn vader in 1888 en zijn vrouw in 1928.

De kist van Maurits zoals we deze aantroffen in de kelder. Rechts is nog net een stukje van de kist van zijn vrouw Maria zichtbaar.De kist van Maurits zoals we deze aantroffen in de kelder. Rechts is nog net een stukje van de kist van zijn vrouw Maria zichtbaar.

Maurits’ vader, Willem van Vollenhoven, stond bekend als een zwaarmoedig man. Maar toch onverwachts beroofde hij zichzelf in 1874 van het leven. Maurits was toen 14 jaar oud. Vier dagen na zijn dood werd hij begraven in een eerste klasse graf op de Oosterbegraafplaats in Amsterdam. Deze begraafplaats was in 1866 geopend, net buiten de Muiderpoort. Omdat Amsterdam in die tijd enorm groeide raakte de begraafplaats snel ingebouwd en was er vanaf 1880 sprake van dat hij gesloten zou worden. Dat gebeurde uiteindelijk in 1894. Daarvoor, op 5 april 1888, was de kist met de stoffelijke resten van Willem opgegraven en overgebracht naar de begraafplaats in Heemstede en daar bijgezet in de grafkelder van zijn zoon Maurits.

De kist van Willem zoals we deze aantroffen in de kelder, te dicht tegen de muur.De kist van Willem zoals we deze aantroffen in de kelder, te dicht tegen de muur.

Maria van de Poll (1858-1928), echtgenote van Maurits, overleed 43 jaar na Maurits in de Zwitserse badplaats Baden. Haar bijzetting in de kapel in Heemstede vond zes dagen na haar dood plaats. Het is aannemelijk, dat de kist van Maria in Zwitserland is gemaakt. Deze kist heeft een bol deksel. De stoelijke resten van Maria liggen in een zinken binnenkist, ook met een bol deksel, die precies in de houten kist past. Boven op de kist is een koperen kruis bevestigd, aan de voorzijde een houten versiering in de vorm van een ovalen lauwerkrans en aan de achterkant een naamplaatje. Het was blijkbaar allemaal haastwerk: de lauwerkrans is ondersteboven geplaatst en op het koperen plaatje staat dat Maria overleed in Bazel (Basel), terwijl dat in Baden was.

De staat van de kisten voor restauratie

In de kelder troen we de kisten aan, staand op twee stukken tramrails. De kisten van Maurits en Willem stonden heel dicht tegen de muur, die van Maria er tussenin. Het optrekkend vocht uit de muren had vooral de kisten die veel te dicht tegen de muur aan stonden, ernstig verzwakt. Zeer duidelijk was dat voornamelijk de zijdes vlak langs de muur er verreweg het slechts aan toe waren. Het vochtige klimaat en de slechte ventilatie was een walhalla voor schimmels en veroorzaakten bruinrot in het eikenhout. Bruinrot is een degradatie van het hout waar de schimmels vocht en cellulose onttrekken uit het hout. Door de onttrekking van cellulose worden de lange molecuulketens, waaraan het hout zijn sterkte ontleent, doorbroken. Hierdoor verliest het hout totaal zijn samenhang en sterkte, en kan je het met de hand zo haaks doorbreken als een droog takje. Men noemt het ook wel kubisch rot, door het kubistische oppervlak waartoe het hout verwordt.

De kist van Willem bij binnenkomst in het restauratieatelier.De kist van Willem bij binnenkomst in het restauratieatelier.

Het metaalwerk was ook ernstig aangetast door het vochtige klimaat. Vooral de ijzeren nagels waren in sommige gevallen totaal weggeroest waardoor de kisten deels uit elkaar vielen. Ook was houten snijwerk en lijstwerk van de kisten gevallen doordat de spijkers volledig weggeroest waren. Op de edelere metaaldelen was zware corrosie ontstaan.

Voordat de kisten naar het restauratieatelier overgebracht konden worden zijn de stoelijke resten gescheiden van de kisten. In geval van Maurits en Maria was dit een vrij eenvoudige ingreep; de kisten werden voorzichtig geopend en de zinken binnenkist met inhoud kon zo uit de houten buitenkist getild worden. De zinken kisten waren hier en daar ook aangetast en gaten waren in het zink gevallen, maar ze waren nog goed genoeg om ze tijdelijk in een onderkomen elders op de begraafplaats te bewaren. Willem lag eerst in de grond begraven, waarschijnlijk zonder binnenkist. Zijn resten zijn tijdeljik in een, door Uitvaart Zorgcentra Nederland, beschikbaar gestelde kist geplaatst.

De kist van Maria na eerste reiniging in het restauratieatelier.De kist van Maria na eerste reiniging in het restauratieatelier.

In het Atelier

In het atelier zijn de kisten eerst van binnen en buiten grondig ontdaan van schimmels en opliggend vuil. Hiervoor zijn borstels, kwasten en afzuigapparatuur gebruikt. Daarna pas kon de staat opgemaakt worden van de daadwerkelijke conditie van de kisten. Zoals al eerder genoemd was er lokaal sprake van ernstige bruinrot, waardoor de kisten plaatselijk geen constructieve stabiliteit meer hadden. Zo viel de later omtimmerde bodem en delen van de zijschotten van de kist van Willem totaal uiteen in gruis en brokken. Deze waren niet meer te redden en zijn vervangen door nieuwe eikenhouten delen. Ook de sierlijsten rondom de kisten waren aangetast door bruinrot. Deze zijn geïmpregneerd met de synthetische hars paraloyd B72 opgelost in aceton. Waarna de achterzijde verstevigd werd met een strook 0,6 mm dik vliegtuigtriplex. Zo konden de lijsten weer als een geheel teruggeplaatst worden op de kist.

De kist van Willem met nieuw eiken delen ter vervanging van niet redden delen.De kist van Willem met nieuw eiken delen ter vervanging van niet redden delen.

De kist van Willem was er duidelijk het slechtst aan toe. Deze kist heeft immers veertien jaar onder de grond begraven gelegen op de begraafplaats in Amsterdam, alvorens hij is bijgezet in de kapel. Deze veertien jaar in de aarde heeft de nagels waarmee zijdes en bodem aan elkaar verbonden zijn vrijwel volledig doen wegroesten. Ook was het hout rond de nagels in de hoekverbindingen er slecht aan toe. Het was niet meer mogelijk hier een constructief stabiele verbinding te maken. De verbindingen hebben namelijk wel wat te houden, want het twee duims (ca. 4 centimeter dikke) eiken is nog steeds loeizwaar!

Er moest gezocht worden naar een externe drager. Een constructie waar we de eiken delen ‘aan op konden hangen’. Het werd een ijzeren ‘corset’ op maat gemaakt, waar de verzwakte delen tegenaan geschroefd konden worden. Het ijzeren corset is geschilderd met een roestwerende verf. Bij het vastzetten zijn rvs-schroeven gebruikt en nylon plaatjes zijn als buer geplaatst tussen ijzer en hout. Nylon is inert en reageert niet met zijn omgeving in een vochtig klimaat.

Voor de kist van Willem werd een nieuwe bodem, exact op maat, gemaakt in de ronding van de kromgetrokken kist.Voor de kist van Willem werd een nieuwe bodem, exact op maat, gemaakt in de ronding van de kromgetrokken kist.

Er is besloten om voor Willem ook een (kleiner) zinken binnenkistje te maken waar zijn stoelijke resten netjes in teruggelegd konden worden. We hebben het kistje van binnen bekleed met een zacht laagje stoeerschuim met daar overheen een katoenen lap.

Door de tijd heen zijn de kisten nog eens overschilderd. In het geval van Maurits en Maria was dit een transparante lak. Bij de zwarte kist van Willem zijn alleen het deksel en de ‘nieuwe’ boeidelen nog eens overschilderd met een zwarte verflaag. Vooral de transparante laklaag bij Maurits en Maria gaf een storend beeld. Na wat onderzoek bleek de laklaag mechanisch gemakkelijk verwijderbaar. Door het vochtige klimaat was de lak gedegradeerd en al deels losgekomen van de onderliggende laag. Deze onderliggende laag bleek een waslaag te zijn. Met houten en metalen spatels kon de lak er voorzichtig af geschraapt worden. Eronder vandaan kwam een vrij mooie homogene waslaag. Deze is alleen een beetje bijgewerkt met bijenwas.

Bij de kist van Maurits was de bruinrot in het lijstwerk goed zichtbaar. Op de achtergrond een strook vliegtuigtriplex dat aan de achterzijde van de lijst gelijmd wordt.Bij de kist van Maurits was de bruinrot in het lijstwerk goed zichtbaar. Op de achtergrond een strook vliegtuigtriplex dat aan de achterzijde van de lijst gelijmd wordt.

De zwarte kist van Willem was iets ingewikkelder. De zwarte oorspronkelijke afwerking was zeer kwetsbaar. Alleen al door met je vinger over het oppervlak te wrijven, veegde je hem er zo af. Op het deksel zat nog een tweede laag die beter vast zat. De nieuwe boeidelen die er omheen waren gezet bij de bijzetting leken weer een andere afwerklaag te hebben. Deze bleek het meest stabiel. Het werd al snel duidelijk dat het verwijderen van de toplaag onmogelijk was zonder de onderliggende laag aan te tasten. Dus is er besloten beide lagen samen te fixeren op het oppervlak. Hiervoor is een verdunde laag schellak aangebracht opgelost in ethanol. De nieuwe boeidelen zijn gelaten zoals ze zijn. Een fixatie-laag bleek niet nodig.

Het aangetaste metaalwerk, het beslag, is eerst zoveel mogelijk ontroest met een roterend koperborsteltje geplaatst op een dremel. Door de snelle rotatie kon het ergste roest eraf gehaald worden. Daarna werd het beslag behandeld met een 15% oplossing oxaalzuur. Dit stopt het oxidatieproces. Na reiniging met water is het beslag gedroogd en afgewerkt met zuurvrije micro-kristallijne was.

Ontroest en afgewerkt beslag van de kist van Maurits. De materialen zijn ijzer en verchroom lood. Die chroomlaag is op dit beslag vrijwel geheel verdwenen.Ontroest en afgewerkt beslag van de kist van Maurits. De materialen zijn ijzer en verchroomd lood. Die chroomlaag is op dit beslag vrijwel geheel verdwenen.

Sparren met collega’s

Deze restauratie bleek een niet alledaags voorkomend project in de restauratiewereld. Eigenlijk hebben de kisten iets weg van een archeologisch object: de degradatie van het hout, de omgeving waar het zich in bevindt, de schade die daardoor ontstaan is. Hoe pak je zo’n project aan, welke beslissingen neem je, welke methode kies je? Binnen onze belangenvereniging Restauratoren Nederland organiseren we met collega’s regelmatig interdisciplinair overleg op locatie. Dit heeft ook plaatsgevonden in ons atelier. Met een groep van twaalf restauratoren hebben we de kisten bekeken en de dilemma’s besproken. Dit overleg heeft zeker een bijdrage geleverd in de zoektocht naar de optimale plan van aanpak tijdens deze restauratie.

Voor de kist van Willem was aan binnenzijde een ijzeren corset en nieuwe zinken binnenkist nodig.Voor de kist van Willem was aan binnenzijde een ijzeren corset en nieuwe zinken binnenkist nodig.

Behoud van funerair erfgoed is belangrijk!

Marc de Bruijn van de Historische Vereniging Heemstede-Bennebroek heeft erg gelobbyd voor de restauratie van de grafkapel. Bij deze restauratie was geen rekening gehouden met de kisten, dus dat kwam nog eens erbij in de periode van Covid19. Aangezien de kapel in bezit is van de gemeente, zouden zij de opdrachtgever zijn en was het zaak hen te enthousiasmeren voor dit project. De historische vereniging heeft met hulp van fondsenwerving en persoonlijke schenkingen het grootste deel van de restauratie van de kisten kunnen bekostigen.

Inske Immink aan het werk met de kist van Willem in het restauratieatelier.Inske Immink aan het werk met de kist van Willem in het restauratieatelier.

Het is van algemeen gelang dat grafmonumenten, waaronder dus ook grafkisten, onderdeel blijven uitmaken van het cultureel erfgoed, en dus als zodanig beschermd en behouden blijven. Hoe er in een samenleving wordt omgegaan met de dood, de ceremonies die erbij horen, de wijze waarop er afscheid wordt genomen van het lichaam van de dode, begraven, cremeren, zegt veel over een cultuur. Naast de geboorte en nog wat mijlpalen in een mensenleven, is de ceremonie bij overlijden en het zorgvuldig kiezen van de laatste rustplaats toch een van de belangrijkste gebeurtenissen in een mensenleven. De meeste van ons worden gecremeerd of begraven. Daar blijft dus niets tot nauwelijks iets van over. Grafkisten worden vooral gezien als gebruiksvoorwerpen, die vanzelf vergaan en niet worden bewaard. Terwijl materiaalgebruik, vormgeving, hang- en sluitwerk en ornamentiek uitingen zijn van de funeraire cultuur. Die paar overgebleven grafkisten die we nog wel hebben, zouden we dus moeten koesteren als cultureel erfgoed. Temeer omdat deze losse voorwerpen feitelijk niet vallen onder de bescherming als rijksmonument. Die gaat immers alleen over onroerende zaken. Het opnemen van grafkisten als cultureel erfgoed is wel mogelijk, maar nog nooit daadwerkelijk gedaan. in een collectie vinden we grafkisten enkel bij instellingen als Tot Zover, het museum over leven en dood. In de Collectie Nederland bevinden zich wel enkele metalen naamplaten die afkomstig zijn van grafkisten.

Het aanbrengen van schellak, opgelost in ethanol op de kist van Willem.Het aanbrengen van schellak, opgelost in ethanol op de kist van Willem.

Beschermd door gebruik

Over het algemeen pleit de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE)  voor het blijven gebruiken van beschermd funerair erfgoed. Het blijkt dat dit het behoud ten goede komt. Een funerair monument dat gebruikt wordt, wordt door beheer en behoud in de gaten gehouden, zodat er op tijd kan worden ingegrepen als het achteruit gaat.

Na restauratie van de grafkapel van Van Vollenhoven had de gemeente de ambitie de kapel te gaan gebruiken als afscheidshuis. De kapel is hier eigenlijk te klein voor. De kapel is twee keer per jaar, op open monumentendagen en op Lichtjesavond, opengesteld voor het publiek. Waar men tot in de grafkelder een kijkje mag nemen.

Een comfortabele rustplaats

Bijzonder resultaat van dit restauratieproject is dat het klimaat in de kapel en kelder nu geheel reguleerbaar is. Er is vloerverwarming aangebracht in de kelder en goede ventilatieroosters. Een thermo/hygrometer kan op afstand bij de gemeente worden uitgelezen. Dit is natuurlijk fantastisch voor zowel de grafkapel zelf als de kisten. De verwachting is dat de kisten, in dit vrijwel ideale klimaat, nog zeer lang in stabiele toestand kunnen voortbestaan.

 

Met dank aan:

  • Marc de Bruijn, historicus Historische Vereniging Heemstede-Bennebroek
  • Annemieke Heuft, Heuft Historische Binnenruimten, onderzoek, conservering en restauratie van kleur en schilderingen.
  • Leon Bok, specialist Funerair Erfgoed RCE
  • Anne Bal, stagiair
  • Owen van der Vlugt, Algemene Begraafplaats Heemstede
  • Uitvaart Zorgcentra Nederland
  • Collega restauratoren

 

Literatuur:

  • RCE, Begraafplaatsen en grafmonumenten- Bescherming en gebruik.
  • Bruijn, de M., ‘De tempel van de Herfstlaan: de grafkapel van Van Vollenhoven’, in: Heerlijkheden najaar 2015, tijdschrift van de Historische Vereniging Heemstede Bennebroek.

 

Inske Immink is Register Restaurator. Ze restaureert historische interieurs, antieke meubelen en houten kunstvoorwerpen. Opdrachtgevers variëren van musea, kerken en overheidsinstellingen tot hofjes, stichtingen en particulieren. Het atelier is gevestigd in Heemstede.

 

Aangepast: 12 maart 2026