Terug naar hoofdinhoud

Zoeken

Begraafplaatsen


Geschreven: 26 oktober 2009
Aangepast: 08 januari 2022
Auteur: Gert Hofsink
Categorie: Gelderland

 

Veldwijk

Professor Lucas Lindeboom (1845-1933) was eigenlijk de initiatiefnemer van de Vereeniging tot Christelijke verzorging van Krankzinnigen en Zenuwlijders in Nederland. Een vereniging oprichten was in die tijd niet zo maar iets, maar uiteindelijk zag de vereniging het levenslicht in 1884. Er zaten landelijk bekende grootheden in het eerste bestuur namelijk dr. W. van den Bergh, M.J. Chevallier jr., dr. S.R.Hermanides, W. van Oosterwijck Bruyn, D.K.Wielenga, J.G.W. Zahn, jonkheer A.Th.M. van Sasch van Wijk, dr. C. Vermeulen en natuurlijk Lucas Lindeboom zelf, als voorzitter.


Geschreven: 26 oktober 2009
Aangepast: 04 september 2024
Auteur: Marten Mulder
Categorie: Drenthe

Niet op de Oude begraafplaats te Eelde, maar op hun landgoed Vosbergen ligt het echtpaar Kraus-Groeneveld begraven. Aanzet voor de aanleg van dit landgoed werd gegeven in 1890 door Wilhelmina Berendina Groeneveld. Het is derhalve een vrij jong landgoed. Wilhelmina Berendina Groeneveld kocht in 1890 "eene behuizing met boerenwoning en schuur en tuin, weidekamp en fraai wandelbosch met vijver, de Vosbergen genaamd, groot 6 ha. 82 are en 32 ca ".


Geschreven: 26 oktober 2001
Aangepast: 04 september 2024
Auteur: Leon Bok en René ten Dam
Categorie: Utrecht

De huidige rooms-katholieke begraafplaats van Rijsenburg maakt onlosmakelijk onderdeel uit van de geschiedenis van dit Utrechtse dorp. De begraafplaats dateert van 1872 maar niet ver uit de buurt ligt nog een restant van het eerste katholieke kerkhof. Op dat kerkhof, bij het kerkje uit 1810, werd de toon gezet door de adellijke families die in en rond Driebergen en Rijsenburg grote buitenplaatsen lieten bouwen.


Geschreven: 26 oktober 2009
Aangepast: 13 januari 2022
Auteur: René ten Dam en Leon Bok
Categorie: Utrecht

 

Achter de parochiekerk St. Petrus Banden in Driebergen-Rijsenburg ligt het restant van de eerste katholieke begraafplaats van Rijsenburg. Omgeven door een smeedijzeren hekwerk liggen nog vijf grafzerken rond een monumentale graftombe. De grafstenen in het grind zijn van een tweetal pastoors en van drie notabele families. Ze liggen echter geen van alle nog op hun oorspronkelijke plaats. De grote graftombe is van de vooraanstaande familie Van Rijckevorsel. 


Geschreven: 26 oktober 2009
Aangepast: 25 december 2020
Auteur: Edwin Maes
Categorie: Utrecht

 

Poortgebouw (foto René ten Dam)Op 25 augustus 1827 stelden de Gedeputeerde Staten van de provincie Utrecht alle steden en dorpen op de hoogte van het Koninklijk Besluit waarin het begraven in de kerk en binnen de bebouwde kom verboden werd. Dit K.B. hield in dat met ingang van 1 januari 1829 alle steden en dorpen met meer dan duizend inwoners buiten de bebouwde kom een begraafplaats voor de gehele bevolking moesten aanleggen.

Aangezien de gemeente Driebergen-Rijsenburg in 1829 minder dan 1000 inwoners had bleef men zijn doden op het kerkhof rond de Kerk aan de Hoofdstraat begraven. Toen in 1859 de beschikbare capaciteit van de begraafplaats rond de kerk praktisch volledig benut was en de bevolking van de gemeente Driebergen-Rijsenburg de grens van 1000 inwoners was gepasseerd, besloot de gemeente een nieuwe begraafplaats aan te leggen. In 1860 kocht men van de gezusters Van der Meulen uit Utrecht, eigenaressen van landgoed De Dennenburg, een stuk grond aan de Traaij voor fl 450,21. Nadat het kerkhof aan de Hoofdstraat was gesloten, werd de eerste algemene begraafplaats aan de Traaij op 1 december 1860 in gebruik genomen.

Het rechthoekige terrein kreeg een inrichting in een rechtlijnige, zgn formele stijl. Aan de linkerzijde (van de ingang) kwamen de armen- en huurgraven, in het midden en ter rechterzijde de eigen graven. Langs de centrale as van de begraafplaats lagen de grafkelders.
Met het aanstellen van een doodgraver bestond er ook behoefte aan een doodgraverswoning en een berging. De gemeente liet hiervoor de architect H.J. van den Brink een plan uitwerken. Deze maakte een ontwerp voor twee gebouwen bij de ingang van de begraafplaats aan de kop van de loodrechte as. Het linker gebouw diende als doodgraverswoning en het rechter als baarhuis. Omwille van de werkgelegenheid besloten burgemeester en wethouders in 1861 het werk onderhands aan een Driebergse uitvoerder te besteden voor een bedrag van fl 2197,-. De keuze viel op meester-timmerman Mathijs Fukkink.


Geschreven: 26 oktober 2009
Aangepast: 03 juni 2024
Auteur: Leon Bok
Categorie: Zuid-Holland

Sinds het begin van deze eeuw geniet het oudste gedeelte van gemeentelijke begraafplaats Essenhof in Dordrecht bescherming als rijksmonument. Wie echter via de huidige hoofdingang aan de Nassauweg de begraafplaats betreedt, ziet niet direct hoe dat nu mogelijk is. Hier bij de ingang vindt men naast een nieuw uitvaartcentrum het in 1988 gebouwde aulacomplex, annex crematorium. Het moderne gebouw kenmerkt zich door haar ronde vorm, het witte uiterlijk en het interieur.


Geschreven: 05 september 2009
Aangepast: 25 december 2020
Auteur: René ten Dam
Categorie: Utrecht

 

In 1952 schreef de toenmalige gemeente Doorn een prijsvraag uit voor het ontwerp van een nieuwe begraafplaats. Het ontwerp van prof. W.C.J. Boer viel daarbij op, vooral vanwege de "heldere ruimtelijke structuur". In 1958 werd de Nieuwe Algemene Begraafplaats aan de Oude Arnhemsebovenweg in gebruik genomen.

02Boer voelde zich verwant met een nieuwe generatie architecten en landschapsarchitecten, die af wilden van de traditionele, vaak romantische begraafplaatsen. Het ontwerp van Boer is dan ook in de geest van de functionalistische idealen van het 'Nieuwe Bouwen'. Het grondvlak is opgezet met loodrechte hoeken en rechte lijnen. Geen slingerende paden, maar kamers, rechthoekige en onbehaagde kamers bepalen het beeld van de begraafplaats. De architect had als credo 'Arm of rijk, na de dood is ieder gelijk'.

03Op deze begraafplaats zijn daarom alle grafstenen vrijwel gelijk. Niet alleen wat betreft de maatvoering, maar ook in het gebruikte materiaal, de marmersoort Bianco de Mare. Hierdoor is het plaatsen van bloemen en objecten aan zeer strenge eisen gebonden. Wel zijn er zijn 5 soorten graven (klasse 1 t/m 5). Maar het geheel geeft een sober beeld, dit in tegenstelling tot de Oude Algemene Begraafplaats, welke een veel romantische uitstraling heeft. Een groter contrast is haast niet denkbaar.

In 2006 ging Doorn op in de nieuwe gemeente Utrechtse Heuvelrug. (2001-2010)

 

 

 


Geschreven: 05 september 2009
Aangepast: 25 december 2020
Auteur: René ten Dam
Categorie: Utrecht

 

Tot in de negentiende eeuw werd in Doorn begraven op het kerkhof rond de Maartenskerk en op de begraafplaats aan de Kampweg. Maar in 1870 bleek deze begraafplaats te klein en een uitbreiding was niet mogelijk gezien de regels die indertijd golden voor de aanleg of uitbreiding van een begraafplaats. De oplossing vond de gemeente in de aanleg van een algemene begraafplaats aan de Amersfoortseweg. Het kocht voor het bedrag van 810 gulden een bosperceel van douairière Munter van Doorn. Een raadslid bekeek in 's Graveland een tweedehands hek dat mogelijk als hek kon dienen voor de begraafplaats, maarhet was in dusdanig slechte staat dat werd besloten tot aanschaf van een nieuw hek, bij L. Vincent te Schiedam. In 1872 was deze begraafplaats gereed. De begraafplaats aan de Kampweg werd niet meer gebruikt en zou in 1904 geruimd worden. Op de plek werd in 1909 de tweede kerk van de Gereformeerde Gemeente in Doorn gebouwd.

Aanvankelijk lag de nieuwe begraafplaats helemaal buiten de bebouwde kom, maar intussen heeft de bebouwing deze dodenakker ingehaald.

02Oorspronkelijk was het een perceel eikenbos, nu nog staan er een aantal monumentale eiken uit die tijd. De Doornse timmerman Jan Koudijs kreeg opdracht een bestek met tekening te maken voor een lijkenhuisje. De gemeenteraad keurde het ontwerp en de begroting van 1387 gulden goed en gunde Koudijs zelf de bouwopdracht. Het baarhuisje werd in de zomer van 1873 opgeleverd. Het gebouw heeft een neogotische stijl.

06Vanaf ingang leidt een middenas met verschillende afbuigende paden tot een van oorsprong symmetrische opzet. In de oorspronkelijk aanleg werden veel loofbomen gebruikt, maar in de noordelijke uitbreiding van 1890 en de uitbreiding van 1910 werd meer coniferen gebruikt. De (onbekende) architect wilde in ieder geval dat de bezoekers van de begraafplaats in stemmige sfeer konden rondwandelen.

In de meidagen van 1940 vond soldaat Chris Meijer hier een tijdelijke laatste rustplaats. Meijer kreeg de kogel op 12 mei 1940, omdat hij als voorbeeld moest dienen voor de troepen die in die dagen met een veel sterkere tegenstander te maken kregen. Zij vochten een ongelijke strijd. Zo ook Chris Meijer. Op 22 mei werd hij begraven op de begraafplaats van Dieren.

Tot de ingebruikname van de Nieuwe Algemene Begraafplaats in 1958 werd er begraven. Sindsdien vinden er enkel bijzettingen plaats. In 1959 vond Lou Bandy zijn laatste rustplaats op de Oude Algemene Begraafplaats, naast zijn in 1944 overleden vrouw Eugenie. (2001)

 

Literatuur

  • Marc Laman, Doorn - Geschiedenis en architectuur. Monumenten-Inventarisatie Provincie Utrecht; Zeist, 1995

 

 


Geschreven: 05 september 2009
Aangepast: 26 december 2020
Auteur: René ten Dam
Categorie: Overijssel

 

Ontstaansgeschiedenis

In de achtste eeuw trok de uit Engeland afkomstige Lebuïnus richting Salland. Hij stichtte eerst een kapel in Wilp, om van daaruit zijn zendingsactiviteit op het noorden te richten. Vervolgens stichtte Lebuïnus een kerk in Deventer. De heidenen staken deze kerk enkele jaren daarna in brand. Kort daarop werd de kerk herbouwd en na zijn dood werd Lebuïnus in deze kerk begraven. Daarna werd de kerk opnieuw verwoest door de heidenen. In 775 zond de Utrechtse bisschop Alberik I de diaken Liudger naar Deventer. Hij begon met de herbouw van de kerk, maar de verwoesting bleek zo grondig te zijn geweest dat de juiste plek van het graf van Lebuïnus niet kon worden terug- gevonden om op die plaats het koor van de nieuwe kerk te bouwen.
In de elfde eeuw liet bisschop Bernold een kolossale romaanse basiliek bouwen. Eén van de zichtbare over- blijfselen is de crypte onder het oostelijke koor. In de loop der eeuwen werden de kerk en Deventer nog door tal van branden geteisterd en werd de kerk steeds verder uit- gebouwd.
Tot 1664 was er een kerkhof rondom de Grote- of Lebuïnuskerk dienst. Daarna werd het geruimd en werd het een plein.

 

Crypte

De crypte is het oudste deel van de kerk. In de crypte staat een sarcofaag die bij opgravingen in 1960 onder de kerkvloer is gevonden. Waarom een crypte gebouwd werd is niet helemaal duidelijk. Crypta is Latijn voor het verborgene en de eerste Christenen bedoelden er de grafkapel in de catacomben mee, waar vaak de begraafplaats van een heilige was. In de romaanse tijd werd de ruimte ook gebruikte voor de verering van relieken, of als begraafplaats van vooraanstaande burgers. De crypte is nog tot de Hervorming gebruikt, vooral met Pasen, omdat het altaar van het H. Kruis er stond. Resten van het altaar zijn nog zichtbaar.

 


Geschreven: 05 september 2009
Aangepast: 26 december 2020
Auteur: René ten Dam
Categorie: Overijssel

 

Geschiedenis

Tot 1664 deed het kerkhof rondom de Grote- of Lebuïnuskerk dienst. Het werd geruimd en tot plein gemaakt. Het kerkhof rondom de Bergkerk daarentegen is tot 1831 in gebruik gebleven, met name voor de minder draagkrachtigen. De gegoede burgerij verkoos zo veel mogelijk een plaats in de kerk. Ter illustratie: tussen 1823 en 1827 werden 87 lijken begraven in de kerk, terwijl in dezelfde periode 821 lijken op het kerkhof van de Bergkerk werden begraven.

In 1827 nam de Deventer Raad het aanleggen van een nieuwe begraafplaats ter hand. Een belangrijke vraagstuk daarbij was hoe het onderhoud en herstel van de kerkvloeren voortaan bekostigd moest worden.

De gemeente Deventer kocht buiten de stadswallen een stuk bouwgrond, in de nabijheid van de plek die dan al eeuwen bekend staat als "de Galgenbelt". De afstand naar de stad mocht niet te groot zijn, aangezien er in die tijd door de meesten te voet werd begraven. De "Hoge Hond" bleek een geschikt stuk bouwgrond (een "hond" was in die tijd een oppervlaktemaat van 100 roeden). In 1831 werd de begraafplaats in gebruik genomen. Er werden 3100 plaatsen uitgezet. De nummers 2501-3100 vormden eerst nog een apart gedeelte voor de rooms-katholieken. Als in 1869 de RK-begraafplaats aan de Ceintuurbaan in gebruik wordt genomen, worden deze graven weer vrijgegeven. In 1894 vond een uitbreiding plaats tot ruim 4100 plaatsen. Deze uitbreiding is uitsluitend gebruikt voor particulier eigen graven.

Gelijk met het in gebruik nemen van de buitenbegraafplaats werd een gedetailleerd reglement ingevoerd. Zo mochten er niet meer dan 6 personen buiten de directe familieleden aanwezig zijn bij de begrafenis. Redevoeringen houden was verboden mits na toestemming "omdat men in die tijd de nadelige gevolgen daarvan niet kan overzien". Verder mocht de opzichter geen tapperijen of drinkgelagen houden. Het gebruik van wijn, bier, sterke drank, pijpen, tabak en koek werd verboden "als te dikwijls aanleiding tot grote ongeregeldheden en vrij wat aanstoot gegeven hebben".