Terug naar hoofdinhoud

Zoeken

Begraafplaatsen


Geschreven: 26 juli 2010
Aangepast: 20 april 2024
Auteur: Leon Bok
Categorie: Noord-Holland

Lange tijd was deze begraafplaats een van de meest verborgen plekjes in Amsterdam en tegelijk de meest onbekende begraafplaats van Amsterdam. Het verhaal erachter is minstens zo onzichtbaar geweest, maar daar is de laatste decennia verandering in gekomen. De begraafplaats is van een zodanige betekenis dat deze in 2014 een gemeentelijk monument is geworden. Het gaat om de Joodse begraafplaats Zeeburg.


Geschreven: 11 juni 2010
Aangepast: 20 april 2024
Auteur: Hanneke Das-Horsmeier
Categorie: Noord-Brabant

In 2006-2007 onderging de Vughtse St.‑Lambertustoren een ingrijpende restauratie. In augustus 2007 vond een feestelijke afronding plaats door de onthulling van een enorme grafsteen tegen de noordelijke muur van de toren. De zerk lag oorspronkelijk op het St.‑Lambertskerkhof en dekte het graf van de veertienjarige Pieter Anthony van Wiedenkeller. Hij werd in 1775 in de protestantse Lambertuskerk in Vught gedoopt en overleed in 1790. Zijn grafsteen heeft sinds 1790 op verschillende plaatsen gelegen. Naarmate het onderzoek naar de achtergronden van de zerk vorderde, ontrolde zich een opmerkelijke geschiedenis. 


Geschreven: 03 april 2010
Aangepast: 20 april 2024
Auteur: Leon Bok
Categorie: Utrecht

De Utrechtse Heuvelrug is al eeuwenlang een aantrekkelijke vestigingsplaats voor aanzienlijke families. Hier werden dan ook veel buitenplaatsen aangelegd. Bij Driebergen-Rijsenburg zijn er een aantal te vinden, waaronder Broekbergen. Bij deze kleine buitenplaats werd veel later onder geheel andere omstandigheden een begraafplaats aangelegd. De geschiedenis van deze begraafplaats is derhalve geen gewoon verhaal.


Geschreven: 09 februari 2010
Aangepast: 20 april 2024
Auteur: Marten Mulder
Categorie: Utrecht

De voorgeschiedenis

Voor de geschiedenis van de Hernhutters dienen we enkele eeuwen terug te gaan in de geschiedenis.Die geschiedenis speelde zich af in Bohemen en Moravië, respectievelijk het westelijk en het oostelijk deel van Tjsechië en begon met de marteldood van de prediker Johannes Hus, die tevens professor was aan de Universiteit van Praag. Het resultaat van de verbranding als ketter van Johannes Hus op 6 juli 1415 was niet de vernietiging van diens gedachtegoed. Evenmin brak zijn dood het verzet van de mensen in Bohemen en Moravië tegen de rooms-katholieke kerk.


Geschreven: 24 januari 2010
Aangepast: 20 april 2024
Auteur: Leon Bok
Categorie: Overijssel

Vroeger viel vooral de bomenlaan op die richitng een bos leidde. Zo rijdend over de snelweg net voorbij Zwolle. Nu valt een Chinese tempel op maar voorheen keek je eigenlijk naar de gemeentelijke begraaf­plaats van Zwolle, met een boskarakter. De begraafplaats is aangelegd op het voormalige landgoed bij de havezate Kranenburg, wat veel verklaart. Aan de lange oprijlaan staat nog de zogenaamde Prinsenpoort, bestaande uit twee hekpijlers die herinneren aan de status van het landgoed. Bijna aan het eind van de lange laan die naar de begraaf­plaats voert, ligt aan de rechterzijde nog het oude koets­huis. Even verderop ligt op de begraafplaats ook het crematorium van Zwolle.


Geschreven: 15 januari 2005
Aangepast: 21 april 2024
Auteur: R.P.M. Rhoen
Categorie: Utrecht

Ten tijde van de Bataafse Republiek kreeg de rooms-katholieke kerk haar godsdienstvrijheid terug. Men kon de schuilkerken verlaten. Tussen 1796 en 1840 werden ongeveer 150 nieuwe rooms-katholieke kerken gebouwd. Bij Koninklijk Besluit van 19 augustus 1842 werd als beschikking op de rekesten van katholieke inwoners van Zeist toestemming verleend tot het oprichten van een noodkerk en het benoemen van een pastoor. Van 1580 tot 1842 had Zeist geen katholieke kerk en behoorden de Zeister katholieken tot de statie Bunnik. Zij kerkten echter ook in Soesterberg (1837) en in Rijsenburg (1809). Tot eerste pastoor na de Hervorming werd op 25 september 1842 Franciscus Cohu benoemd. Op 9 februari 1843 werd de noodkerk in de 2e Dorpsstraat door de aartspriester ingewijd en de nieuwe pastoor geïnstalleerd. 


Geschreven: 15 januari 2010
Aangepast: 21 april 2024
Auteur: Han van der Kolk
Categorie: Utrecht

Geschiedenis

Het oudste thans nog bestaande kerkhof in Zeist is dat van de Evangelische Broedergemeente sinds 1747. De eerste algemene begraafplaats (Oude Begraafplaats) werd aangelegd in 1829 aan de Bergweg. Op 26 november 1917 werd aan de Woudenbergseweg te Zeist een nieuwe begraafplaats in gebruik genomen. Op 1 december 1965 werd de Oude Begraafplaats formeel gesloten. Tussendoor werd ook nog een katholieke begraafplaats aangelegd.


Geschreven: 15 januari 2010
Aangepast: 21 april 2024
Auteur: Leon Bok
Categorie: Utrecht

De heer Rhoen schreef al een aardige geschiedenis van de Oude Algemene Begraafplaats te Zeist, maar hij eindigt zijn verhaal als de begraafplaats gesloten wordt verklaard. Natuurlijk is het verhaal van de begraafplaats hiermee niet klaar! Want gesloten betekent voor een begraafplaats eigenlijk alleen gesloten voor het begraven van lijken. Aan de sluiting ging overigens meer vooraf dan alleen de feitelijke bekendmaking. Al in 1955 werd aangedrongen op sluiting van de begraafplaats omdat deze inmiddels in de bebouwde kom was komen te liggen.


Geschreven: 15 januari 2010
Aangepast: 21 april 2024
Auteur: R.P.M. Rhoen
Categorie: Utrecht

Het zou de koning welgevallig zijn

Met het Koninklijk Besluit van 24 mei 1825, nummer 162, besloot Willem I de maatregel van de Fransen die hij in 1813 had teruggedraaid, weer te doen herleven. Doel was het verbod op begraven in kerken en in steden aan banden te leggen, zodat het alleen nog in gemeenten met minder dan duizend inwoners was toegestaan om te begraven op kerkhoven of begraafplaatsen in de kom van de gemeente. De provinciale maatregel werd in de provincie Utrecht in 1827 gepubliceerd in het provinciaal blad nummer 57.


Geschreven: 15 januari 2010
Aangepast: 21 april 2024
Auteur: R.P.M. Rhoen
Categorie: Utrecht

Op 7 januari 1828 diende het gemeentebestuur van Zeist bij de koning een verzoekschrift in, waarbij verzocht werd ontheffing te verlenen van het Koninklijk besluit van 24 mei 1825, nummer 162, op grond waarvan Willem I het decreet van de Fransen feitelijk weer had geeffectueerd en waardoor het verboden werd in plaatsen met meer dan duizend inwoners na 1 januari 1829 de doden te begraven op kerkhoven of begraafplaatsen gelegen binnen de bebouwde kom.