Terug naar hoofdinhoud

Zoeken

Artikelen


Geschreven: 22 juli 2009
Aangepast: 30 juli 2016
Auteur: Adrianus de Mant
Categorie: Dood en begraven van het Huis van Oranje-Nassau

 

Pauline

Enige tijd geleden kreeg ik van een goede kennis van mij de jaargang 1911 van het maandblad De Globe. Daarin stond een tekening van een meisje. Het onderschrift luidde: "Prinses Pauline van Oranje. Een Oranje-Prinsesje, waarvan velen onzer lezers zeker nooit gehoord hebben. Het was een dochtertje van den lateren Koning Willem I der Nederlanden...".
Dit maakte mij dusdanig nieuwsgierig dat ik verder ging zoeken. Ondanks twee grote en zes kleine encyclopedieën op de boekenplank kon ik nergens iets over deze Pauline vinden. Uiteindelijk kwam het volgende verhaal boven water.

 


Geschreven: 23 juli 2008
Aangepast: 29 maart 2025
Auteur: Leon Bok
Categorie: Diversen

In de tweede helft van de negentiende eeuw verscheen een nieuw object op de Nederlandse begraafplaatsen. Metalen trommels, afgedekt met een glasplaat, met daarin bloemenkransen brachten een andere vorm, andere kleuren en een andere manier van rouwverwerking op begraafplaatsen. De komst van deze zinken of ijzeren 'graftrommels', zoals ze vaak worden genoemd, kwam niet zomaar uit de lucht vallen. Hoewel nog lang niet alles over deze trommels of dozen bekend is, is wel duidelijk dat het een samenloop van omstandigheden was die leidde tot het verschijnen van graftrommels op begraafplaatsen. Ook is in zekere zin bekend wat leidde tot het nagenoeg compleet verdwijnen van graftrommels. Een nadere beschouwing op het fenomeen 'graftrommel' of 'kransdoos' is op zijn plaats. Vooral nu dit funeraire object wat meer in de aandacht staat.


Geschreven: 22 juli 2008
Aangepast: 06 april 2024
Auteur: René ten Dam
Categorie: Dood en begraven van het Huis van Oranje-Nassau

Prins Hendrik in Nederland

Portret Wilhelmina en Hendrik (collectie auteur)Heinrich, Hertog van Mecklenburg was een eenvoudige man, voor zover koninklijke adel eenvoudig kan zijn. Hij was afkomstig uit het aan de Oostzee gelegen Noordduitse staatje Mecklenburg. Na moeizame onderhandelingen over status, titel en inkomen trouwde de intussen tot Nederlander genaturaliseerde Hendrik in februari 1901 met koningin Wilhelmina. Hij moest afstand doen van zijn Duitse nationaliteit, zodat eventuele kinderen niet Duits konden worden en Wilhelmina niet zou worden onderworpen aan Duitse wetten. Ook werd hij geen Prins van Oranje, wat was geëist bij de onderhandelingen, maar 'slechts' Prins der Nederlanden en kreeg hij geen eigen jaargeld. Tot 1918 zou hij een jaargeld krijgen van zijn neef, de Groothertog van Mecklenburg. Maar na diens troonsafstand was prins Hendrik financieel afhankelijk van koningin Wilhelmina.


Geschreven: 24 juli 2007
Aangepast: 20 juni 2023
Auteur: Marten Mulder
Categorie: Rampen

 

De brandstofschaarste, die ontstond omdat Duitsland geen steenkool meer leverde nu dit land in oorlog was (WO I), betekende een gouden tijd voor de verveners. Voor de industrie viel men terug op turf, die daarom aanzienlijk in prijs steeg. Het spreekt voor zich, dat de arbeiders, van wie velen een kommervol bestaan leidden, wilden delen in de enorme winsten die werden gemaakt. Hun politieke bewustwording en de enorme verschillen in inkomen tussen de arbeiders en de verveners leidden in 1917, met name in Valthermond, tot een van de heftigste stakingen in de Drentse veenkoloniën. De grootste veenbrand in de geschiedenis van de Drentse veenkoloniën maakte echter een einde aan deze staking.


Geschreven: 24 juli 2006
Aangepast: 06 april 2024
Auteur: Hans Vervoort
Categorie: Buitenland

overzicht01{seog:disable}Het mooiste kerkhof dat ik ken ligt in de Plantentuin van Bogor. Wandelend tussen bomen die hier echt de hemel in groeien stuit je ineens op een kleine begraafplaats verscholen in een bamboebos.

Bogor, het vroegere Buitenzorg, was tot eind 1949 de residentie van de Gouverneur-Generaal van Nederlands-Indie en tegenwoordig de woonplaats van de President van Indonesië. Het witte paleis dateert uit 1856 en verving het buitenverblijf dat Gouverneur-Generaal Van Imhoff er in 1745 had laten aanleggen.


Geschreven: 18 juli 2005
Aangepast: 19 maart 2023
Auteur: Wim Vlaanderen
Categorie: Moord en doodslag

 

Maria Catharina van der Linden - Swanenburg

* Leiden 9 september 1839 - † Gorinchem 11 april 1915

 

Op een vroege morgen in het voorjaar van 1915 reed een lijkkoets de hekken van de katholieke begraafplaats van Gorinchem binnen. In de koets lag een kist met het stoffelijke overschot van Maria Catharina van der Linden-Swanenburg, 75 jaar oud. Het aantal mensen dat de koets volgde was klein. Behalve de pastoor schuifelden een non en enkele personeelsleden van de vrouwengevangenis achter de lijkkist aan. Zonder veel plichtplegingen werd het lichaam begraven in een algemeen graf. De pastoor wijdde de grafkuil, de aanwezigen zegden een onzevader en men liep weer naar de uitgang. Op het graf werd nimmer een steen geplaatst.
Een begrafenis zoals zovele begrafenissen. Maar waarom de personeelsleden van een vrouwengevangenis en kennelijk geen familie? Eenvoudigweg omdat er bijna geen familieleden meer waren: de meeste had deze Maria vermoord en de rest wilde niets meer van haar weten. Het ging hier om de beruchte Leidse gifmengster, een massamoordenaar in de oude stijl. 


Geschreven: 22 juli 2004
Aangepast: 24 februari 2019
Auteur: René ten Dam
Categorie: Dood en begraven van het Huis van Oranje-Nassau

 

Ten tijde van de dood van Willem van Oranje bevond het familiegraf van de Nassau's zich in Breda. Toen Willem van Oranje op 10 juli 1584 vermoord werd, was Breda echter nog in handen van de Spaanse bezetters. Hierdoor was het niet mogelijk de prins bij te zetten in het familiegraf en werd hij begraven in de Nieuwe kerk in Delft. Zo ontstond een traditie van het begraven van leden van het Huis van Oranje in Delft.

De Nieuwe Kerk in Delft werd sinds 1572 gebruikt voor het uitoefenen van de Hervormde of gereformeerde religie. Gevolg hiervan was een andere indeling van de kerk en het koor verloor daarbij zijn oorspronkelijk functie. Toen Willem van Oranje zijn laatste rustplaats in de kerk kreeg, was het koor de aangewezen plaats voor het grafmonument. Mogelijk om het grafmonument niet aan het vroegere hoofdaltaar te laten herinneren werd de vloer van de vroegere kooromgang op dezelfde hoogte gebracht als de vloer waarop het monument nu staat.
De bijzetting van het gebalsemde lichaam van de prins vond plaats op 3 augustus 1584. Boven het graf in het koor was slechts een eenvoudige katafalk onder een baldakijn geplaatst. Tegen een van de kolommen erachter was een paneel geplaatst met de familiewapens. In 1609, toen het Twaalfjarig bestand werd gesloten, werd door de Staten-Generaal opdracht gegeven een monument te vervaardigen ter nagedachtenis aan Willem van Oranje. Pas in 1614 werd begonnen met de bouw van het monument. Toen in 1621 Hendrick de Keyser, de beeldhouwer, overleed, ontbraken nog steeds een aantal onderdelen aan het grafmonument. Onder leiding van de zonen van Hendrik de Keyser werd het grafmonument in 1623 voltooid.

In de crypte recht onder het grafmonument rusten behalve Willem van Oranje ook diens vierde vrouw, Louise de Coligny (1555-1620), Frederik Hendrik en Prins Maurits (1567-1625).

 

oude_kelder

 

De toegang tot de grafkelder lag toen al voor het koor. Deze toegang wordt bedekt door een twee ton zware zerk. Op deze zerk is het wapen van Oranje-Nassau afgebeeld met daaronder de tekst RESURRECTIONEM / EXSPECTAT / GUILELMUS PRIMUS / PATER PATRIAE, in vertaling: 'Hier wacht Willem de Eerste, Vader des Vaderlands, de wederopstanding'.

De grafkelder werd in 1752 verder uitgebreid. Tevens werden de oorspronkelijke houten kisten vervangen door loden kisten. In 1820 vond een volgende uitbreiding plaats. Koning Willem I gaf dat jaar opdracht tot uitbreiding en liet een tweede grafkelder bouwen, achter de bestaande kelder. De aldaar bestaande graven, die eigendom waren van het Gasthuis te Delft, werden aangekocht en in 1822 werd prinses Wilhelmina van Pruisen, echtgenote van stadhouder Willem V, als eerste in de nieuwe grafkelder bijgezet. De in 1820 overleden prinses lag aanvankelijk begraven in Apeldoorn.

 

totaal_grafkelders

 

De toegang tot de grafkelders werd verplaatst en lag vanaf 1821 links van het grafmonument van Willem van Oranje. In 1923 werd de oorspronkelijke ingang weer in ere hersteld. Wat rest van de ingang van 1821 is een kleine toegang die tegenwoordig dient als dienstingang. De burgermeester van Delft, koninklijk commissaris en sleutelbewaarder van de kelder, opent de grafkelder slechts in aanwezigheid van twee leden van de Binnenlandse Veiligheidsdienst en een tweetal marechaussees. Werkzaamheden in de grafkelders worden enkel uitgevoerd door beëdigd personeel.

Bij het vijfentwintigjarig regeringsjubileum in 1923 van koningin Wilhelmina vond een laatste verbouwing plaats. Het plan om een verdiept liggend open voorportaal te maken als toegang voor het praalgraf van Willem van Oranje werd niet gerealiseerd. In plaats daarvan werd besloten om het voorportaal aan te laten sluiten bij de bestaande toegang. Bij deze, vooralsnog, laatste verbouwing vond ook een herschikking van de kisten plaats.
Met het uitdiepen van het voorportaal werd ook een aantal grafzerken uit het koor verwijderd. Deze zerken werden in de meeste gevallen herplaatst in de kooromgang. Daar bevonden zich ook al de zerken die daar waren herplaatst na de bouw van de nieuwe grafkelder in 1820, waarbij de omgang met enkele treden werd verhoogd vanwege de bouw van de onderliggende grafkelder.

Sinds de dood van Willem van Oranje zijn vrijwel alle leden van het Huis van Oranje en hun echtgenoten in de grafkelders bijgezet. Na de dood van prins Claus in totaal 44 personen. Enkelen hebben hun laatste rustplaats in eerste instantie elders gevonden. Zo werden prins Frederik en stadhouder Willem V door inspanning van Emma destijds alsnog bijgezet in Delft.
Prins Claus is bijgezet in het nieuwe deel, boven de kisten van koning Willem III en koningin-regentes Emma. Daarnaast staat nog een klein kistje waarvan de inhoud onbekend is. Er wordt gegist over de inhoud, het zou mogelijk gaan om het hart van koning Willem III, gezien ook de positie naast de kist van Emma. Maar op de plattegrond op de website van de Nieuwe Kerk is er een nummer bij dit kistje geplaatst, nl. 20a. Dat zou het kistje linken aan kist 20, de kist van Wilhelmina van Pruisen, de echtgenote van prins Willem V.

plattegronden ir. E. Biemold 2004

 

Gezien het feit dat zij ten tijde van de werkzaamheden aan de grafkelder in 1820 overleed, is het wellicht mogelijk dat het kistje het hart van Wilhelmina van Pruisen bevat. Het kistje met het hart zou dan in 1820 in de oude grafkelder zijn bijgezet, terwijl het lichaam pas na de gereedkoming van de nieuwe grafkelder in 1822 werd bijgezet.
Vooralsnog blijft het gissen.

In het voorjaar van 2001 is een jarenlange restauratie van het grafmonument van Willem van Oranje, waarbij het volledige grafmonument uit elkaar is gehaald. Delen die te ernstig waren aangetast zijn daarbij vervangen. Tijdens de restauratie kwam ook een kistje tevoorschijn, welke zeer waarschijnlijk de ingewanden van Willem van Oranje bevat. Uit respect is dit kistje ongeopend terugplaatst bij de reconstructie van het monument. 

 

Voor een verklaring van de nummers zie: Overzicht van de grafkelder van Oranje-Nassau in de Nieuwe Kerk te Delft

 

Literatuur

  • H. van der Kloot Meyburg, De Nieuwe Kerk te Delft - Mausoleum van het Huis van Oranje; Rotterdam, 1923
  • Jhr.Mr. Dr. E.A. van Beresteyn, Nieuwe Kerk te Delft en grafmonumenten en grafzerken in het koor; Delft, 1936
  • Prof. ir. M. Gout en dr. M.A. Verschuyl, Nieuwe kerk Delft en grafmonument van Willem van Oranje, Delft, 1989
  • Reinidis van Ditzhuyzen: De Oranjes in een handomdraai - ABC van ons Vorstenhuis; Amsterdam, 2002

 

 

 


Geschreven: 22 juli 2004
Aangepast: 24 februari 2019
Auteur: René ten Dam
Categorie: Dood en begraven van het Huis van Oranje-Nassau

 

Sinds de bijzetting van Willem van Oranje rusten bijna alle leden van het Huis van Oranje-Nassau met hun echtgenoten in de Koninklijke grafkelders van de Nieuwe Kerk te Delft.

 

De oude grafkelder

 

oude_kelder

 

De oude grafkelder bevindt zich recht onder het grafmonument voor Willem van Oranje. De volgende leden van het Koninklijk huis vonden hier hun laatste rustplaats.
(achtereenvolgens geboorte- en sterfdatum en datum van bijzetting)

 

1. Prins Willem I
24-04-1533 10-07-1584 03-08-1584
 
2. Louise de Coligny, vierde echtgenote van prins Willem I
23-09-1555 13-11-1620 24-05-1621
 
3. Prins Maurits
13-11-1567 23-04-1625 26-09-1625
 
4. Elisabeth, dochter van prins Frederik Hendrik
04-08-1630 04-08-1630 18-08-1630
 
5. Isabella Charlotte, dochter van prins Frederik Hendrik
28-04-1632 ??-04-1642 onbekend
 
6. Prins Frederik Hendrik
29-01-1584 14-03-1647 10-05-1647
 
7. Catharina Belgica, dochter van prins Willem I, echtgenote van de graaf van Hanau-Münzenberg
03-07-1578 12-04-1648 05-05-1648
 
8. Amalia van Solms-Braunfels, echtgenote van prins Frederik Hendrik
31-08-1602 08-09-1675 21-12-1675
 

 

Verder bevinden zich drie kleine kisten in de oude grafkelder. Deze behoren toe aan:

 

41. Henriëtta Amalia, dochter van prins Frederik Hendrik
26-10-1628 ??-12-1628 onbekend
 
42. Hendrik Lodewijk, zoon van prins Frederik Hendrik
30-11-1639 29-12-1639 onbekend
 
43. Lodewijk, prins van Bohemen, zoon van Keurvorst Frederik V van de Palts, Koning van Bohemen (1619-1620) en Prinses Elisabeth, dochter van Koning Jacobus I van Engeland,
31-08-1623 24-12-1624 27-05-1625
 

 

De nieuwe grafkelder

 

nieuwe_kelder

 

In 1752 vond er een uitbreiding van de oude grafkelder plaats. In 1882 werd de aanleg van een nieuwe grafkelder voltooid. Deze ligt achter de oude grafkelder. Als eerste werd Wilhelmina van Pruisen, echtgenote van prins Willem V (20), bijgezet. In 1923, bij het vijfentwintigjarig jubileum van koningin Wilhelimina, vond na een verbouwing van het voorportaal een herschikking van de kisten plaats.
De volgende leden van het Koninklijk huis vonden in de nieuwe grafkelder hun laatste rustplaats.
(achtereenvolgens geboorte- en sterfdatum en datum van bijzetting)

 

9. Prins Willem II
27-05-1626 06-11-1650 08-03-1651
 
10. Doodgeboren dochter van prins Willem IV
- 19-12-1736 22-12-1736
 
11. Prins Willem IV
01-09-1711 22-10-1751 04-02-1752
 
12. Anna van Groot-Britannië en Ierland, echtgenote van prins Willem IV
02-11-1709 12-01-1759 23-02-1759
 
13. George Willem Belgicus, zoon van Carel Christiaan, Vorst van Nassau-Weilburg en Carolina, dochter prins Willem IV
18-12-1760 27-05-1762 01-07-1762
 
14. Doodgeboren dochter van Carel Christiaan, Vorst van Nassau-Weilburg en Carolina, dochter prins Willem IV
- 15-10-1767 24-10-1767
 
15. Zoon van prins Willem V
23-03-1769 24-03-1769 28-03-1769
 
16. Willem Georg Frederik, zoon van prins Willem V
15-02-1774 06-01-1799 03-07-1896
 
17. Pauline, dochter van koning Willem I
01-03-1800 22-12-1806 07-04-1911
 
18. Prins Willem V
08-03-1748 09-04-1806 29-04-1958
 
19. Louise, dochter van prins Willem V en echtgenote van de Erfprins van Brunswijk-Wolfenbüttel
28-11-1770 15-10-1819 28-10-1819
 
20. Wilhelmina van Pruisen, echtgenote van prins Willem V
07-08-1751 09-06-1820 27-11-1822
 
21. Ernst Casimir, zoon van koning Willem II
21-05-1822 22-10-1822 11-05-1860
 
22. Willem, zoon van prins Frederik
06-07-1833 01-11-1834 05-11-1834
 
23. Wilhelmina van Pruisen, eerste echtgenote van koning Willem I
18-11-1774 12-10-1837 26-10-1837
 
24. Koning Willem I
24-08-1772 12-12-1843 02-01-1844
 
25. Frederik, zoon van prins Frederik
22-08-1836 23-01-1846 28-01-1846
 
26. Alexander, zoon van koning Willem II
02-08-1818 20-02-1848 21-04-1848
 
27. Koning Willem II
06-12-1792 17-03-1849 04-04-1849
 
28. Maurits, zoon van koning Willem III
15-09-1843 04-06-1850 10-06-1850
 
29. Anna Paulowna van Rusland, echtgenote van koning Willem II
18-01-1795 01-03-1865 17-03-1865
 
30. Louise van Pruisen, echtgenote van prins Frederik
01-02-1808 06-12-1870 21-12-1870
 
31. Amalia van Saksen-Weimar-Eisenbach, echtgenote van prins Hendrik
20-05-1830 01-05-1872 17-05-1872
 
32. Sophie van Wurtemberg, eerste echtgenote van koning Willem III
17-06-1818 03-06-1877 20-06-1877
 
33. Hendrik, zoon van koning Willem II
13-06-1820 13-01-1879 25-01-1879
 
34. Willem, zoon van koning Willem III
04-09-1840 11-06-1879 26-06-1879
 
35. Frederik, zoon van koning Willem I
28-02-1797 08-09-1881 23-09-1881
 
36. Alexander, zoon van koning Willem III
25-08-1851 21-06-1884 17-07-1884
 
37. Koning Willem III
19-02-1817 23-11-1890 04-12-1890
 
38. Emma van Waldeck-Pyrmont, Koningin-Regentes, tweede echtgenote van koning Willem III
02-08-1858 20-03-1934 27-03-1934
 
39. Hendrik van Mecklenburg-Schwerin, echtgenoot van koningin Wilhelmina
19-04-1876 03-07-1934 11-07-1934
 
40. Koningin Wilhelmina
31-08-1880 28-11-1962 08-12-1962
 
44. Claus von Amsberg, echtgenoot koningin Beatrix
06-09-1926 06-10-2002 15-10-2002
 
45. Koningina Juliana
30-04-1909 20-03-2004 30-03-2004
 
46. Bernhard von Lippe Biesterfeld, echtgenoot koningin Juliana
28-06-1911 01-12-2004 11-12-2004
 

 

Enkele leden van het Huis van Oranje-Nassau zijn elders begraven. Bovendien zijn alle prinsessen uit het Huis van Oranje-Nassau, die in andere vorstenhuizen zijn gehuwd, niet in Delft bijgezet met uitzondering van de prinsessen Catharina Belgica (7) en Louise (19).

 

Philips Willem (1554-1619, oudste zoon prins Willem
Begraven te Diest (België) in de St. Sulpicekerk  
 
Mary Stuart (1631-1660), echtgenote van prins Willem II
Bijgezet in de Westminster Abbey in London  
 
Koning-Stadhouder Willem III (1650-1702) en zijn echtgenote Mary Stuart (1662-1695), Koning en Koningin van Engeland, Schotland en Ierland
Bijgezet in de Westminster Abbey in London  
 
Henriëtta gravin d'Oultremont de Wégimont (1792-1864), echtgenote van koning Willem I na zijn troonsafstand.
Bijgezet te Wégimont, België  
 

 

Bron en Literatuur

  • Rijksvoorlichtingsdienst
  • Dr. A.W.E. Dek, Genealogie van het vorstenhuis Nassau; Zaltbommel, 1970
  • Cees van Raak, Vorstelijk begraven en gedenken - Funeraire geschiedenis van het huis Oranje-Nassau; (Bussum, 2003)

 


Geschreven: 24 juli 2003
Aangepast: 02 juni 2019
Auteur: Marten Mulder
Categorie: Diversen

 

{seog:disable}Op 30 maart 2003 was het 150 jaar geleden, dat Vincent van Gogh werd geboren als zoon van dominee Theodorus van Gogh en Anna Cornelia Carbentus in het Brabantse Zundert. Een jaar eerder, op diezelfde 30ste maart, was hun eerste kind, met dezelfde naam, Vincent, dood geboren. Zou dit invloed hebben gehad op Vincent's latere leven? Sommige psycho-analytici zijn die mening toegedaan. Vincent moet regelmatig langs het graf zijn gegaan waar zijn eigennaam op stond:

Vincent van Gogh 1852
Laat de kinderkens tot Mij komen
Der zulken is het Koninkrijk Gods
Lukas 18 vs 16

In 1857 werd zijn broer Theo geboren. Theo zou in het leven van Vincent een belangrijke rol gaan spelen. Van hun bijzondere verhouding getuigt hun uitvoerige correspondentie. In een van zijn brieven schreef hij: "Ik heb eigenlijk geen vriend behalve u, en als ik beroerd ben, zijt gij me altijd in gedachten……"

Gedeeltelijk opgevoed op de dorpsschool, gedeeltelijk thuis, werd Vincent op zijn elfde jaar geplaatst op een kostschool in Zevenbergen. Daar kreeg hij onder andere goed onderricht in het frans. Van de Hogere Burgerschool in Tilburg doorliep hij de eerste klas, de tweede klas slechts ten dele. Slechte cijfers zullen niet de oorzaak geweest zijn van zijn vertrek. Waarom dan wel, blijft gissen. Misschien toch het tekenen? De kunst? Kunst heeft in de familie van Van Gogh altijd een grote rol gespeeld. Drie ooms zaten in de kunsthandel. In elk geval kwam hij op zestienjarige leeftijd als jongste bediende terecht in de kunsthandel Goupil in Den Haag. Vier jaar later, in 1873, werd hij overgeplaatst naar een filiaal van Goupil in Londen. In 1875 volgde overplaatsing naar het filiaal in Parijs. Daar volgde in 1876 ontslag. Men was niet meer tevreden over Vincent's prestaties. Wat hem steeds meer tegenstond was, dat in de kunsthandel niet het eerste, de kunst, maar het laatste, de handel, centraal stond. Intussen had zich bij Vincent een geestelijke ontwikkeling voltrokken, die hem, na veel mislukkingen in de voorbereidingen op de studie der theologie om predikant te worden, een cursus in Brussel deed volgen om dan tenminste evangelist te kunnen worden. In 1878 vangt hij zijn werk als evangelist aan in de Borinage, een arme mijnstreek in België. In 1880, waarschijnlijk na een innerlijke crisis, legde hij dit werk neer om zich geheel te gaan wijden aan de schilderkunst. In de tien jaar, die volgen zou Vincent zich bewijzen als de grote kunstenaar, die hij geworden is. Zijn persoonlijk leven echter was er een van een diepe tragiek. Op 29 juli 1890 stierf Vincent van Gogh aan de gevolgen van een schotwond, die hij zichzelf had toegebracht, toen hij op 27 juli zich van het leven probeerde te beroven. Dit schot trof hem niet in het hart, wat waarschijnlijk de bedoeling was, maar in de zij. 

Drenthe

Het voormalige logementSlechts drie maanden heeft het verblijf van Vincent in Drenthe geduurd. Van 11 september tot 5 december 1883. Na zijn aankomst op 11 september vond Vincent onderdak in Hoogeveen. Van Hoogeveen uit maakte hij verschillende tochten door het veengebied. Begin oktober trok hij per trekschuit verder en belandde in Nieuw-Amsterdam. Daar huurde hij een kamer in het logement, dat nu, na een grondige restauratie, de herinnering aan Vincent van Gogh levend houdt: het Van Gogh huis.

Grafmonument Hendrik ScholteHet logement had als eigenaar Hendrik Scholte, die sinds 1866 als opvolger van zijn vader korenmolenaar te Odoorn was. Het jaar daarvoor, op 2 juni 1865, was hij in Gramsbergen getrouwd met Gezina Alberta Arink. In 1877 treffen we hem aan als logementhouder te Nieuw-Amsterdam/Veenoord (gem. Sleen), en wordt hij sinds 1880 in officiële stukken herbergier genoemd. Het pand heeft dan tevens een bestemming als veerhuis. Ook was Scholte vervener in het nabij gelegen Amsterdamscheveld. Op 8 september 1915 overleed hij, 74 jaar oud, en werd begraven aan de Boerdijk in Veenoord. Op deze oude begraafplaats, nu omgeven door allerlei industriële bedrijven, had zijn echtgenote Gezina Aberta in 1897 al haar laatste rustplaats gevonden. Zij was toen 57 jaar oud.

Regelmatig moest Vincent van Nieuw-Amsterdam naar Hoogeveen om daar een door Theo toegezonden postwissel in ontvangst te nemen en te verzilveren. Het is Theo immers geweest, die hem op het spoor zette van een carrière als schilder, maar die hem dit ook financieel mogelijk maakte. Ook in de Drentse periode schreef hij aan zijn broer Theo veel en uitvoerige brieven. Misschien was dat wel het gevolg van een verblijf in een somber jaargetijde, in een dun bevolkt en arm gebied en met lange avonden. In een van die brieven heeft Vincent een tekening gemaakt van een kerkhof, waarvan men ervan uitging, dat het het kerkhof van Pesse was.

Een paar citaten uit die brief, die men dateert op zondag 16 september 1883:

"Waarde Theo, zoëven komt uw brief en weet ik dus dat de correspondentie geregeld gaat. Ik schreef een paar dagen geleden nog een woordje om U een en ander van het land hier te vertellen. Mooi is het hier alles, waar men ook gaat. De heide is veel uitgestrekter dan de Brabantse bij Zundert of Etten althans, ietwat monotoon als het middag is en de zon schijnt overal, doch juist ook dat effect 't welk ik vruchteloos een paar maal reeds toch heb willen schilderen, zou ik niet willen missen. De zee is ook niet altijd pittoresk, maar ook die momenten en effecten moet men bekijken wil men in 't eigenlijke karakter zich niet bedriegen. Dan - op dat hete middaguur is de heide verre van lieflijk soms - is agacant, vervelend en vermoeiend als de woestijn, even onherbergzaam en als 't ware vijandig. Het te schilderen in dat volle licht, en de wijking der plannen tot in 't oneindige te geven, is iets waar men duizelig van wordt. Daarom moet men niet menen het sentimenteel moet worden opgevat, integendeel dat is het bijna nooit. Diezelfde agacant vervelende plek - 's avonds als een arm figuurtje door de schemering zich beweegt - als die uitgestrekte, door de zon verschroeide aardkost donker uitkomt tegen de fijne lila tonen van de avondhemel, en het donker blauwe allerlaatste lijntje aan de horizon, grond van lucht scheidt - kan subliem worden zo als op een J. Dupré. En de figuren, zij hebben datzelfde, de boeren en vrouwen, niet altijd zijn ze interessant maar als men er geduld mee heeft ziet men het Milletachtige toch geheel en al.

Gisteren vond ik een der eigenaardigste kerkhoven die ik ooit zag, verbeeld u een stuk heide met een heg van dicht opeenstaande mastboompjes eromheen, zó dat men menen zou dat 't een gewoon mastbosje was. Evenwel er is een ingang - een kort laantje, en dan komt men op een aantal graven begroeid met bunt en heide. Vele gemerkt met witte palen waarop de namen staan. Ik stuur er u een croquis van naar de studie welke ik ervan schilderde. Ik ben bezig aan een andere studie van een rode zon tussen de berkjes die op een moerassig weiland staan, waar de witte avonddamp uit opstijgt, waarboven men een blauwgrijze horizonlijn van geboomte met een paar daken nog ziet."

Schets kerkhof"Gij vindt hierachter het croquis van 't kerkhofje. De kleur is aldaar zeer eigenaardig. Het is iets schoons de echte heide op de graven te zien, de geur van terpentijn heeft iets mystieks, de donkere strook masthout die het afsluit, scheidt een tintelende lucht van de ruige grond, die in 't algemeen een rosse kleur heeft - fauve - bruinachtig, geelachtig, doch overal met lila tonen. Het was niet makkelijk te schilderen, ik zal er verschillende effecten nog van zoeken, met sneeuw b.v. moet het zeer eigenaardig wezen."

Stèle ter herinnering aan Vincent van Gogh in HollandscheveldHistoricus Albert Metselaar uit Hollandscheveld heeft onder andere op het punt van de juiste locatie van het kerkhof nauwgezet onderzoek gedaan. Voor hem was de aanleiding tot het doen van zijn onderzoek de twijfel, die zich van hem meester maakte na grondige bestudering van het boek van Dr. M. E. Tralbaut: Vincent van Gogh in Drenthe, dat deze samen met H. Clewitz, toen hoofdredacteur van de Provinciale Drentsche en Asser Courant, had geschreven. Tralbaut localiseerde het kerkhof, dat Vincent had geschilderd en waar we alleen nog de schets van hebben uit z'n brief aan broer Theo, in Pesse. Metselaar, die zich uitgebreid met het begrafeniswezen van Hoogeveen, waaronder Hollandscheveld en Pesse vallen, had bezig gehouden, vond de argumenten daarvoor te mager. Een aantal door Vincent in zijn brief beschreven zaken en de schets zelf in deze brief deden hem de begraafplaatsen van Pesse en Hollandscheveld uit die tijd eens tegenover elkaar te plaatsen en dan "te plussen en te minnen".

HollandscheveldDaar was het torentje op de schets, dat naar de vorm wees op een toren van een waterstaatskerk (kerken gebouwd volgens richtlijnen van Ingenieurs van Waterstaat). Alleen Pesse en Hollandscheveld hadden zo'n toren. Zou sprake zijn geweest van Pesse, dan zou ook zichtbaar hebben moeten zijn het dak van een grote boerderij, die op kadastrale kaarten uit 1880 al stond aangegeven. In de brief van Vincent is sprake van mastboompjes. Wat voor bomen stonden er in 1883 tussen kerk en kerkhof van Pesse? Op een kadastrale kaart uit 1880 is te zien, dat aan twee en een halve zijde van het kerkhof een wal was opgeworpen. Zulke wallen kwamen meer voor. Op die wallen werden eiken of berken geplant en daartussen meidoorn of braamstruiken. In elk geval geen mastbomen, dat zijn dennen. In de notulen van het Plaatselijk Belang te Hollandscheveld op 30 november 1887 wordt met betrekking tot de begraafplaats gesproken over het ruimen van grote dennen. Vincent spreekt in zijn brief ook over een kort laantje. Van een korte laan naar de begraafplaats van Pesse is geen sprake. Wat de heide betreft, in 1853 Pesse1besliste de gemeente Hoogeveen, dat er op de Kerkenkavel bij Hollandscheveld een met kreupelhout bebost heideveld geschikt moest worden gemaakt om als begraafplaats te dienen. Voor Metselaar is het duidelijk: de schets in de brief van Vincent aan zijn broer Theo betreft het kerkhof van Hollandscheveld.

Wie nú de beide kerkhoven bezoekt, zal alleen op het kerkhof van Pesse nog een gedeelte aantreffen, dat de sfeer ademt van de schets, die Vincent maakte en zijn broer Theo toezond.

Hoezeer Vincent van Gogh ook onder de indruk was van het Drentse landschap en de eenvoudige boerenbevolking, het zal de eenzaamheid zijn geweest, die hem het besluit deed nemen afscheid van Drenthe te nemen. Begin december 1883 vertrok hij naar zijn ouderlijk huis, op dat moment in Nuenen, waar zijn vader inmiddels als predikant stond. 

 

Literatuur & bron

  • Dr. A.Wessels, "Een soort bijbel", Vincent van Gogh als evangelist; (1990)
  • Dr.J.Hulsker, Vincent van Gogh en zijn weg; (3e druk 1985)
  • G. Kuipers, Van Goghs omzwervingen door Drenthe; (Meppel, 1990)

Internet

  • Stichting Van Gogh en Drenthe
  • Albert Metselaar: Op zoek naar het logement van Vincent van Gogh te Hoogeveen en het kerkhof, door hem getekend op 15 september 1883 (niet meer raadpleegbaar)

 


Geschreven: 24 juli 2003
Aangepast: 22 maart 2021
Auteur: Marten Mulder
Categorie: Moord en doodslag

 

Een tragedie te Doezum

 

Plaquette in het gemeentehuis van GrootegastIn het gemeentehuis van Grootegast (Gr.) herinnert een plaquette aan de gebeurtenissen van 18 januari 1929. Twee gemeenteveldwachters en twee rijksveldwachters lieten daarbij het leven. De zaak kreeg destijds landelijke bekendheid.

{seog:disable}De strenge winter, het vroor in januari 1929 zo'n 18 graden, en het moeten leven van een uitkering van zeven gulden per week brachten Hendrik Wobbes tot diefstal. Er bleef van die zeven gulden, na aftrek van de vaste lasten, niet veel over om in leven te kunnen blijven. Daarbij was Wobbes ook nog aan de drank. Hoezeer het gezin van Wobbes de rijksveldwachter Hoving ook aan het hart ging, hij kreeg de opdracht Wobbes te arresteren. Wobbes werd veroordeeld tot 14 maanden "Veenhuizen" en het gezin bleef achter onder zeer moeilijke omstandigheden. Voor Wobbes' vrouw Aaltje van der Tuin restte een mogelijkheid: de kinderen aan hun lot over te laten. Zij zouden dan wel door de gemeenschap worden opgevangen. Dat gebeurde dan ook.

Aaltje zelf nam intrek bij een vriend van haar man, IJe Wijkstra, voor wie ze meer dan vriendschap was gaan voelen. Wijkstra was los arbeider, kon goed timmeren en klompen maken. Stropen deed hij ook en van het gezag moest hij niets hebben. Hij speelde trekharmonica en verzamelde wapens. Hij moet geïnteresseerd geweest zijn in occultisme en spiritisme, las daarnaast werken van de filosofen Hegel en Nietzsche. Er wordt verteld dat hij zelf ook een boek geschreven had, maar het manuscript is nooit boven tafel gekomen.

De rijksveldwachters Hermannus H.Hoving en Jan Werkman werden begraven op de begraafplaats Esserveld te Groningen.Toen de gemeenteveldwachter Van der Molen moest meedelen, dat Aaltje in Groningen voor de rechter-commissaris zou moeten verschijnen om zich daar te verantwoorden voor haar "ontaard moederschap", vond hij Wijkstra op zijn pad. In niet mis te verstane bewoordingen maakte Wijkstra duidelijk, dat ze dat in Groningen wel konden vergeten, hoeveel politiemensen men ook zou inzetten. Uiteindelijk werden vier politiemensen aangewezen om de klus te klaren. Het werden Hermannus H. Hoving, Aldert Meijer, Mient van der Molen en Jan Werkman.

Vroeg in de morgen op achttien januari 1929 trokken zij naar de woning van IJe Wijkstra aan de Rottelaan (tegenwoordig Polmalaan) onder Doezum om Aaltje van der Tuin op te halen. Wat er zich toen afspeelde is nooit helemaal duidelijk geworden. Wie schoot er als eerste? In elk geval schoot Wijkstra de vier veldwachters dood en sneed ze de keel door. Na zijn huis in brand te hebben gestoken, Het graf van de chef-gemeenteveldwachter Mient van der Molenbegaf hij zich op de fiets naar Tolbert om zich door een dokter te laten behandelen. Hijzelf was ook gewond geraakt. Deze was er niet en daarom liet hij zich per taxi vervoeren naar een ziekenhuis in Groningen om zich daar te laten behandelen. Toen men hem in het Rooms-katholieke ziekenhuis niet wilde helpen, ging hij door naar het Academisch ziekenhuis. Onderweg werd hij gearresteerd, de politie was inmiddels gealarmeerd. De rechtbank in Groningen heeft Wijkstra tot een levenslange gevangenisstraf veroordeeld. In hoger beroep werd dat twintig jaar. Na een vergeefse suïcidepoging overleed hij in 1941 op 46-jarige leeftijd in de Rijkskrankzinnigeninrichting in Woensel aan de gevolgen van tbc. Aaltje van der Tuin belandde uiteindelijk in de Vrouwengevangenis van Rotterdam.

Graf gemeenteveldwachter Aldert MeijerDe rijksveldwachters Hermannus H.Hoving en Jan Werkman werden begraven op de begraafplaats Esserveld te Groningen. Het graf van de chef-gemeenteveldwachter Mient van der Molen bevindt zich op het kerkhof van Grootegast.

De gemeenteveldwachter Aldert Meijer heeft zijn laatste rustplaats gevonden op het kerkhof van Opende. 

 

Literatuur

  • Nieuwe Groninger Encyclopedie, REGIO-Projekt; Groningen (1999)
  • Cor Rodenburg: Wijkstra speelde muziek voor Aaltjes kroost in: DvhN 27-01-2003