Terug naar hoofdinhoud

Zoeken

Als bloemen bij het graf


Geschreven: 09 oktober 2010
Aangepast: 02 juni 2018
Auteur: Marten Mulder
Categorie: Als bloemen bij het graf

 

Op het graf van het echtpaar Kamphuis-Tienkamp treffen we een fraai grafdicht aan. Fraai vanwege de inhoud. Taalkundig is er misschien wel wat op af te dingen, met name op de voorlaatste zin, waarin  voor ontheven werd gekozen om te kunnen rijmen op het vergank’lijk leven.

Juichen, treuren, voorspoed, rampen
Wisselen op deez’ aarde af.
Maar men zal er niet mee kampen
In het stil en duister graf.
’t Graf is voor ’t vergank’lijk leven
Zachte rust dat alles tart
En zij doet den mensch ontheven
Wat ’t lichaam in het leven smart.


Het graf van het echtpaar Kamphuis-TienkampDe strekking is duidelijk: in het menselijk leven wisselen vreugde en verdriet elkaar af. Eerst bij de dood en in het graf komt daaraan een eind. In het grafdicht hebben de nabestaanden de dood en het graf een positieve duiding willen geven. Wie het grafmonument beziet, kan zich niet onttrekken aan de indruk, dat het deel waarop hun namen voorkomen op een later tijdstip is geplaatst. Mogelijk ter vervanging van een beschadigd onderdeel.
Wanneer Egbert in 1878 trouwt met Wietske oefent hij het beroep van klompenmaker uit. Uit de geboorteakten van hun kinderen blijkt, dat hij dat beroep dan nog uitoefent. Eerst in de huwelijksakten van de kinderen wordt melding gemaakt van Egbert als landbouwer. Dit laatste is niet zo vreemd als men bedenkt, dat hij stamde uit een boerengezin.


Geschreven: 16 augustus 2010
Aangepast: 02 juni 2018
Auteur: Marten Mulder
Categorie: Als bloemen bij het graf

 

bij de zerk van Klaas Hof

Droogt, droogt u tranen af, gij
die zoo bitter schreit.
Het is de weg des doods, die hier
ten leven leidt
Al van een ouden man, die
van hier is weggevaren,
Al in den ouderdom van 78 jaren
4 maanden zijn erbij…dagen nog bijeen.
Hij ligt hier nu begraven al
onder dezen steen.

Groningen den 16 Januari

Klaas Hof


Geschreven: 04 juni 2010
Aangepast: 02 juni 2018
Auteur: Marten Mulder
Categorie: Als bloemen bij het graf

 

Bij de stèles van het echtpaar Van der Molen-Hofstede.

Stèles echtpaar Van der Molen-HofstedeVan de middeleeuwse kruiskerk resteert slechts het transept en het rechtgesloten koor. Op het kerkhof heeft men de contouren van het imposante kerkgebouw aangebracht. Zelf bezit het kerkhof een schat aan grafpoëzie. Veel van de stèles zijn rijkelijk voorzien van grafsymboliek en met de poëzie duiden ze op een zekere welstand bij enkele lagen van de bevolking. Sommige van de gedichten vallen op door hun lengte, zoals die van het echtpaar Van der Molen-Hofstede. Gedichten die ook opvallen door de liefde en de genegenheid, die er uit spreekt. Op de stèle van zijn echtgenote liet Van der Molen het volgende grafdicht aanbrengen:

Hier rust in ’t aardrijks koelen schoot
Mijn trouwe lieve Echtgenoot
Haar kinderen trouwe Moeder.
Hulpvaardig blij en welgezind
Was zij bij velen regt bemind
Der armoe trouwe Voeder.
Haar stoflijk deel hoe zwak ook ’t waar,
Was mij gelijk een steunpilaar
Bij ’t klimmen mijner dagen
Hij wiens bestuur d’ alwijsheid is
Doe ’t onherstelbaar droef gemis
Met lijdzaamheid mij dragen.
En eens in zaal’ge Eeuwigheen
Mij met mij dierbre weer vereen.


Geschreven: 02 mei 2010
Aangepast: 20 juni 2023
Auteur: Marten Mulder
Categorie: Als bloemen bij het graf

 

Albertus Zefat

 8 oktober 1901- 27 juli 1944

 

Bertus Zefat en zijn echtgenote Aaltje Heres hadden een kippenbedrijf in Valthe. In het najaar van 1942 verschafte het echtpaar Zefat onderdak aan een aantal Joden die uit Emmen waren gevlucht na gewaarschuwd te zijn voor een razzia. Gevaar voor ontdekking was echter dermate groot, dat besloten werd een schuilplaats aan te leggen in het Valtherbos. Een hol, met daarin een woon- en een slaapruimte bedekt door stammen, takken en bladeren. In 1943 werd de schuilplaats ontdekt door een wandelaar, die op zijn wandeling door het dak zakte. Met spoed werden de onderduikers ondergebracht op verschillende adressen in Emmen.


Geschreven: 28 maart 2010
Aangepast: 02 juni 2018
Auteur: Marten Mulder
Categorie: Als bloemen bij het graf

 

Het kerkhof met de aan Sint Maarten gewijde kerk  vormt de kern van het dorp. De toren, die ooit bekroond is geweest met een hoge spits en nu al enkele eeuwen voorzien van een zadeldak, straalt een zekere stoerheid uit. Die stoerheid kenmerkte en kenmerkt de mensen van “Strend” in hun strijd met de elementen als ze op hun kotters ter visvangst uitvoeren en nog uitvaren.
Echtpaar Van der VisIn schril contrast tot die stoerheid trof me een tweeregelig grafdicht op het kerkhof van Oosterend.
Het is een grafdicht op de stèle van het echtpaar Van der Vis-Bakker. Het beeld, dat wordt opgeroepen zal de oudere generatie herinneren aan een tijd, waarin niet zelden nog drie generaties onder één dak vertoefden. De zorg voor een bejaarde vader of moeder werd niet uitbesteed, maar zelf ter hand genomen. Het kon in veel gevallen ook niet anders, bejaardencentra waren er nog niet of begonnen net op te komen. Het kostenaspect zal in voorkomende gevallen een rol hebben gespeeld en een bejaarde vader of moeder was ook nog wel eens inzetbaar voor kleine uishoudelijke bezigheden en enig toezicht op de kleine kinderen. Ze hadden hun vaste plek in de woonruimte. De plaats bij de haard lag gezien hun leeftijd voor de hand. Als je oud bent, zoek je immers de warmte, die het lichaam zelf lang niet altijd meer produceert.
Het zal niet overal en altijd zo harmonieus zijn geweest als het gedicht op dit graf doet veronderstellen. Het grafdicht ademt warmte en genegenheid.

Ledig is Uw hoekje bij den haard
Maar Uw beeld blijft in ons hart bewaard



Geschreven: 13 december 2009
Aangepast: 02 juni 2018
Auteur: Marten Mulder
Categorie: Als bloemen bij het graf

 

Poëzie voor de gestorvenen: Obergum (Groningen)

De stèle van Willem de Boer

 

ALTIJD VLIJTIG, WERKZAAM ZORGEND
WAS HIJ ONS EEN LIEVE ZOON
MAAR ACH HOE ONVERWACHTS
KWAM HIER DE DOOD
DOOR MENSENHAND WAS HET
IN EEN OGENBLIK BESLIST
HOE NODE HIJ DOOR ONS
OUDERS KON WORDEN GEMIST
GEEN OUDERLIEFDE GEEN
VRIENDENTROOST KON BATEN
IN DE BLOEI ZIJNER JEUGD
MOEST HIJ DEES AARD VERLATEN

WillemdeBoer

 

Op 12 januari 1914 stierf Willem de Boer, 22 jaar oud. Slachtoffer van zinloos geweld, zoals we kunnen lezen in het Nieuwsblad van het Noorden van 13 en 14 januari 1914.
Waar een paar jongens met elkaar op de vuist gingen om een meisje, wilde hij bemiddelend optreden. Hij heeft het met de dood moeten bekopen. Is het verlies van een kind voor ouders al een dramatisch gebeuren, het al bejaarde ouderpaar de Boer verloor in Willem hun enig kind én kostwinner.

 

 

 

Dit artikel verscheen eerder in de nieuwsbrief van december 2009

 


Geschreven: 13 december 2009
Aangepast: 02 juni 2018
Auteur: Marten Mulder
Categorie: Als bloemen bij het graf

 

Poëzie voor de gestorvenen: Siddeburen (Groningen)

Bij de zerk van Jan Ernst Henderiks Meijer

 

DE AARDE, DIE HIJ EENS BEBOUWDE,
WAAROP HIJ 'T GRAZEND VEE AANSCHOUWDE,
EN STEEDS VERZORGDE MET VEEL LUST,
IS NU ZIJN STOF TOT PLAATS DER RUST;
GOD RIEP HEM VAN DE AARDSCHE DINGEN,
ZIJN ZIEL LEEFT NU VOOR HOGER KRINGEN,
OM DAAR VERHEVEN BOVEN T STOF,
TE LEVEN IN HET HEMELHOF.

Meijer-1Jan Ernst Henderiks Meijer was blijkbaar een boer met een gemengd bedrijf: graan en vee. Een boer, die met veel plezier zijn werkzaamheden verrichtte. Dezelfde aarde, die hij bewerkte, is nu rustplaats voor zijn stof geworden. God riep hem weg van de aardse zaken: de ziel, gescheiden van het stoffelijk lichaam, leeft nu voor hoger kringen. Wat heeft de dichter daarmee bedoeld?
Moeten we denken aan een landbouwer, die lid is geweest van allerlei instanties op zijn vakgebied, van verenigingen, van belangengroeperingen, of van het kerkbestuur om maar iets te noemen? De aardse kringen. Zouden dan de hoger kringen betrekking hebben op de engelen, de zaligen, de schare, die niemand tellen kan? De kringen rond Gods troon, die Hem de lofzang zingen. Zou de hemelhof een hofstee van hoger orde zijn?
Het zijn even zovele vragen, die opkomen bij het lezen van dit grafdicht. Het grafdicht schetst in elk geval heel duidelijk de werkelijkheid, waarin deze landbouwer leefde en waar hij naartoe leefde. De zerk van Meijer, voorzien van veel doodssymboliek, bevindt zich naast de hervormde kerk.

 

 

Dit artikel verscheen eerder in de nieuwsbrief van september 2009


Geschreven: 13 december 2009
Aangepast: 02 juni 2018
Auteur: Marten Mulder
Categorie: Als bloemen bij het graf

 

Poëzie voor de gestorvenen: Texel

 

tn_P1040886Op een van de mooiste plekken van Texel, de Hoge Berg, bevindt zich naast de Sowjetbegraafplaats "Loladse" de begraafplaats van Oudeschild, de thuishaven van de vissers van het eiland. Bij alle onzekerheden in het leven, maakt het toegangshek van de dodenakker tn_P1040888ons deelgenoot van een onontkoombare zekerheid in de woorden:
Ook u ... Wacht ik.

Op deze dodenakker trekt een zerk de aandacht door de afbeelding en het grafdicht daarop. Het is de zerk op het graf van Pieter M. de Waard. Geboren op 5 november 1829, vond hij de dood op 25 augustus 1876.

De afbeelding toont ons een schip in stormweer. Het grafdicht verhaalt ons de afloop van het gevecht met de elementen, dat verloren werd.

 

DE WAARD die jammervol
In Zee de dood moest vinden
Rust hier beweend bemind
Door bloedverwant en vrinden

Wijst de dood in zee op verdrinking, hoe hij aan land is gekomen,daarvan spreekt het grafdicht niet.

 

 

Dit artikel verscheen eerder in de nieuwsbrief van juni 2009


Geschreven: 13 december 2009
Aangepast: 02 juni 2018
Auteur: Marten Mulder
Categorie: Als bloemen bij het graf

 

Poëzie voor de gestorvenen: Zuiderbegraafplaats, Groningen

 

P1040527TROUW VOOR ANDREN WAKEND
IN RUWEN WINTERNACHT
WERD GIJ, BRAVE MAKKER,
SCHAND'LIJK OMGEBRACHT.
MAAR WERD UW LICHAAM
NEERGEVELD,
UW GEEST LEEFT VOORT; SPIJT
WREED GEWELD.

In de nacht van 7 op 8 december 1895 werd Adam van Vliet om het leven gebracht. In de uitoefening van zijn functie als agent van politie te Groningen. Geweld tegen ambtsdragers is dus blijkbaar iets van alle tijden. Hij was nog maar 34 jaar oud.
Het moet voor zijn echtgenote, die meermalen met hem aan het graf van één van hun kinderen heeft gestaan, een zware slag zijn geweest. Het grafdicht zal overigens niet van haar, maar van collega's van Adam zijn geweest. Het "brave makker" wijst in die richting.
Adam van Vliet ligt begraven op de Zuiderbegraafplaats te Groningen.

 

 

Dit artikel verscheen eerder in de nieuwsbrief van maart 2009


Geschreven: 13 december 2009
Aangepast: 02 juni 2018
Auteur: Marten Mulder
Categorie: Als bloemen bij het graf

 

Poëzie voor de gestorvenen: Heeg (Friesland)

 

Bijna 49 jaar oud was Antje Alles Fortuin, toen ze overleed op 18 mei 1879. Er moet een hechte band hebben bestaan tussen haar en haar echtgenoot Sietze Eisma, met wie ze op 9 september 1848 in het huwelijk was getreden. Hij heeft het neergelegd in het aan haar gewijde grafdicht.

HIER LIGT MIJN HOOP IN ROUW GEBUKT,
DEES TAK WERD VAN DEN STAM GERUKT;
MIJN ECHTVRIENDIN DIE GOD MIJ GAF,
ZIJ RUST HIER IN DIT STILLE GRAF.

FortuinDe eerste versregel vergt enig nadenken. Wat Sietze Eisma had gehoopt, was blijkbaar werkelijkheid geworden in zijn echtgenote. Daarom kon hij met haar dood en staande bij haar graf zeggen: hier ligt mijn hoop. Zij was het voorwerp van zijn hoop. Haar heengaan betekende niet minder dan, dat zijn hoop in rouw gebukt ging. Die hoop staat dan voor hemzelf. De band, die het echtpaar met elkaar had, stond als een stevig gewortelde boom. Weer en wind krijgen op zo'n boom nauwelijks vat op. Toch kan het soms zo stormen, dat grote, zware takken het begeven. Dat beeld werd in dit grafdicht neergelegd.
Op 16 maart 1885 overleed ook Sietze Eisma.

 

 

Dit artikel verscheen eerder in de nieuwsbrief van februari 2009